Tour des Trappistes deel 3

George Nelis heeft de nobele gedachte opgevat om zijn Tour des Trappistes te voet af te leggen. In 2-wekelijkse bijdragen vertelt hij zijn pelgrimstocht. Hier deel 3 !

Tour des Trappistes deel 3 : van Orval naar Rochefort

Vrijdag 18 mei

Het was inderdaad af en toe wat frisjes, met een koude neus als stille getuige. De wandeling begint weer met de rivier als trouwe compaan, maar al snel verschillen de rood-witte tekens en de gids en kom ik na een boswandeling in Dohan uit, terwijl dit volgens de gids enkele kilometers buiten de route ligt. Maar bij twijfel volg ik gewoon de tekens. Wat me aan mezelf opvalt en misschien ook wel tegenvalt, is m’n kracht. En ook kennen m’n voeten inmiddels enkele pijnlijke plekjes. Rust ik wel genoeg ? Loop ik te ver ?Net op het moment dat ik Bouillon binnen denk te lopen, kom ik voor de tweede keer een paar Vlaamse wandelaars tegen. Zij gaan ook naar Bouillon en lopen precies de andere kant op… Met behulp van hun gids, gezond verstand en meerdere eigenlijk matig aangegeven routes, komen we dit toeristisch epicentrum binnen : het ronkt van de motoren, dagjesmensen bevolken de trottoirs en de terrassen en een rondrit-treintje waarin je nog niet dood gevonden wil worden, perst zich door de nauwe straten. Als ik een Orval tempéré bestel, kijken ze me wazig aan. Dit alles onder het wakende oog van het imposante fort, daar waar we lang geleden nog eens een kruissamentrekkende tentoonstelling hebben gezien over martelwerktuigen uit de middeleeuwen. Enkele lieden waren al net zo fijnbesnaard als nu.

dsc05227

Na een tunnel onder het fort door, voegt de GR14 zich bij de GRAE, gelukkig goed aangegeven. Bij het uitzichtpunt van Auclin, die een wijds panorama biedt over Bouillon en de omliggende gemeenten, scheiden de beide paden weer. Nog enkele kilometers te gaan naar m’n volgende onderdak, Sensenruth, een plaatsnaam die me Duits aandoet. In “Au passé simple” is alles op orde, de mevrouw, Monika, hippe bril, spreekt geen Nederlands, maar de mannelijke helft van een jong koppel, 18 jaar, durft. En zo ontspint zich een grappig gesprek in deels Frans, deels Nederlands over zaken als Vlaanderen – Wallonië, sport, en het culinaire van Nederland (hmm, veel verder dan erwtensoep, roggebrood en hagelslag kom ik niet) terwijl heerlijkheden als rog, varkenskotelet met een huidje van kaas en ui, witloof, appeltaart met ijs, geflambeerd met calvados voorgezet worden. Ik vraag nog een Orval, die ik op m’n kamer, gezeten onder een intrigerend schilderij, opdrink. Contouren van 2 vrouwenogen, haar neus en mond in zwart, de rest knalrood. Een uitdagende blik.

dsc05235

Zaterdag 19 mei

Een zalig ontbijt met eigen confitures, vooral die met abrikozen is rijk gevuld, en broodjes voor onderweg. Als ik naar boven loop om m’n spullen te pakken, valt m’n oog op het visitekaartje van de brouwerij van Bouillon. Wat blijkt namelijk ?! Deze is, de here begeleidt mij op m’n pad, alhier in Sensenruth gehuisvest ! Door almaar ontbrekende pinautomaten, zit ik wat krap in m’n baar geld. Als ik dit voorleg aan mijn gastvrouwe, zegt ze “Oh, geen probleem, dan betaal je toch gewoon als je terug bent in Nederland !”. Vertrouwen. De brouwerij, tactisch gelegen aan de doorgaande weg, is net open. Een aardige mevrouw brengt alles in gereedheid voor de groepen die vandaag komen gaan, want daar lijkt deze brouwerij op ingericht : groepen die met de bus een tour maken, beginnen met een (licht) bier, dan de rondleiding, nog een bier, een voedzame maaltijd met begeleidende bieren, en dan licht aangeschoten met een pakket bier onder de armen terug de bus is, op naar de volgende brouwerij. Terwijl de RVS-brouwinstallatie staat te glimmen, schenkt ze mij het Kerstbier in. Het is tenslotte ook vandaag weer feest ! Nadat ik in het locale schattige XIIe eeuwse kerkje een kaars heb aangestoken, deze keer voor Joni, die in een examendip zit, verlaat ik Sensenruth. Het is droog en de bossen wachten. Naaldbossen, bedoeld voor productie en als voor een appèl kaarsrecht achter en naast elkaar opgesteld, worden afgewisseld met imposante beukenbossen : dé ideale plaats voor massale “Did you hug your tree today ?”-workshops.Via een matig aangegeven route kom ik in het dorp Mogimont : weer zo’n dorp met nauwelijks leven op straat en waarvan veel huizen zichtbaar leeg staan. Hoe ziet dit dorp er over 10 jaar uit ? Via een cadans “stuk bos – steek doorgaande weg over” loop ik via Carlsbourg naar Naomé, mijn volgende verblijfplaats. In het bos hoor ik vreemde geluiden : korte stotende schreeuwen die snel achter elkaar herhaald worden ?! Wat zou dit zijn ? M’n gedachten slalommen tussen een feestje en een hondenclub. Als ik dichterbij kom, aanschouw ik een mooi ambachtelijk tafereel : stoere briesende paarden trekken behendig de gekapte boomstammen tussen de bomen door en middels een subtiel samenspel met de menners, een paar jongens van nog geen 20 jaar, worden de stammen keurig op een stapel gesleept. Een prachtig voorbeeld van de samengevoegde kwaliteiten van mens en dier.

dsc05236

Dan Naomé, een boerendorp met de typische grote linde in het centrum, compleet met monument voor de gevallenen in ’14 – ’18 en ’40 – ’45. En weer, massale leegstand. Een aardige vrouw doet open bij “La ferme du grande fréne”. Ze heet me, in het Nederlands, een hartelijk welkom en leidt me door hun knus ingerichte boerderij. Mijn kamer is een echte boerenkamer : planken vloer, een groot ouderwets 2-persoons-bed en een stoer balkenplafond. De sfeer beneden is al net zo gezellig : een knoert van ’n openhaard, zo een waar je ’n halve boomstam in een keer in laat verdwijnen en stoelen waar je heerlijk in wegzakt. De vraag of ik een eigen bier lust, betekent de zoveelste verwondering : om de streek wat meer bekendheid te geven, hebben ze bij Bios in Ertvelde een 2tal bieren laten brouwen, met de toepasselijke naam Bièvre. Er is de blonde van 6½ % en de bruine van 8½ %. Dat beide etiketten 6½ % vermelden “is voor de belasting”. De blonde smaakt, de open haard knettert, alleen de hoofdkaas met tranentrekkende mosterd, lief bedoeld als hapje erbij, laat ik voor wat het is. Er voegen zich twee koppels bij me, waarvan een met een chihuahua, mét, een pond overgewicht, waarbij weinig lijkt te helpen. Mijn vraag of een liposuctie iets zou zijn, slik ik net op tijd in. Voor het eten voeg ik me bij het hondenloze koppel, prettig gezelschap. Het andere koppel blijven onbekenden voor me, in zoverre dat zij de “Ollanders” wel erg direct vindt en “dat is nooit meer goed gekomen”. Het eten is weer feest : meloen met, hoe kan het hier anders, Ardennerham, zalige forel en crème brulée na. (wordt vervolgd !)

dsc05237

Tekst en foto’s : George Nelis

About these ads
Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 174 andere volgers

%d bloggers like this: