100x proeven van Straffe Streekbieren

Onze Trapppistbieren zijn misschien wel de oudste streekbieren die we kennen. Alle Trappistkloosters zijn gestart met bierverkoop uitsluitend aan particulieren in de omgeving van de abdij. De Trappistbieren mochten dan ook niet ontbreken in het nieuwe Lannoo boek “100x proeven van Straffe Streekbieren”. Gelukkig kostte het niet veel moeite om auteur Bruno Loockx te overtuigen om de 3 Vlaamse Trappistbieren op te nemen in zijn eigenzinnige selectie.  Maar er staan natuurlijk meer pareltjes in … samen met Bruno en co-auteur Sofie Vanrafelghem hebben we afgelopen zomer het Vlaamse land afgereisd op zoek naar lekkere streekbiertjes. Het boek ligt nu in de boekhandel en kost 15,95 euro. Het ideale geschenk onder de kerstboom !

Meer info zie de website van Lannoo !

Tekst & fotos : Danny Van Tricht

Gepubliceerd in:  on 30/11/2009 at 00:19 Laat een reactie achter

Westmalle meest geliefde Trappistbier

Van alle trappistenbieren is Westmalle het meest bekend en tegelijk ook het meest geliefd. Dat blijkt uit de masterproef waarmee Nick Vandevelde afstudeerde als Master in de Handelswetenschappen aan de Hogeschool-Universiteit Brussel (HUB). Leest het volledige artikel op : Westmalle meest geliefd !

Bron : De Morgen

Gepubliceerd in:  on 29/11/2009 at 12:11 Laat een reactie achter
Tags:

Tour des Trappistes

George Nelis heeft de nobele gedachte opgevat om zijn Tour des Trappistes te voet af te leggen. In 2-wekelijkse bijdragen vertelt hij zijn pelgrimstocht.

Tour des Trappistes tocht 2 deel 3 : van Westmalle  naar Berkel-Enschot (La Trappe)

Vrijdag 2 november

Als ik ’s morgens de gordijnen open, kijk ik uit over een lege Grote Markt. Met het vertrekken van Allerheiligen zijn ook alle heilige koeien heengegaan.

DSC06550Ik verlaat Turnhout zoals ik gekomen ben en duik een uitgestrekt bos-, weide- en akkerlandschap in. Machtig mooi : de kraaien krijsen boven de kale maisstoppelakkers, en een vrolijk hippend winterkoninkje kondigt nu al het volgende seizoen aan.

Eenzame zandwegen en een miezerregen voeren me door een desolaat landschap. Mijn gedachten zijn even vluchtig als de ontmoetingen met enkele boeren op hun tractor. Een afstekertje van ’n km laat ik aan me voorbijgaan, want er zouden grafheuvels te zien zijn, tumuli uit de Urnenveldtijd, zo’n 700 voor Christus. Mijn archeologiehart gaat weer gloeien als de vinger van E.T. Maar het enige dat ik door de afrastering ontwaar, zijn enkele hopen betonafval van ongeveer 2005 na Christus.

In Ravels ga ik op zoek naar een kop koffie, liefst met een stuk vlaai. In cafetaria de Wouwer val ik echter voor een schone Vlaamse brunette, fraai gevormd, verfrissend, een goed mondgevoel en tintelend jong. Hoe vertel ik dit aan Coot ?

Mannen biljarten. Een van hen vloekt hardgrondig bij elke gemiste bal. Ik heb hem geen punt zien maken.

Gelauterd door Bacchus zelfe, de Vlaamse brunette dus, en met een smoske romige crabsla in en op de hand vervolg ik m’n tocht door de miezerregen.

Laat ik mijn gastvrouw van vandaag even bellen, om te laten weten dat ik onderweg ben. “Maar u zou toch gisteren komen ?!” klinkt er door m’n mobiel. Gloep ! Na een stilte die uren lijkt te duren, komen de verlossende woorden : “Nou, tot zo meteen dan”. Er is nog plaats gelukkig.

DSC06548De bossen zijn weelderig herfstig : zompige paden, een rood-bruin bladerdek en een zweem van rotting. Uren sop ik, terwijl de onzichtbare zon het langzaam voor gezien houdt. “Ik moet wel op tijd uit de bossen zijn”, echoët het af en toe door m’n hoofd en “Hoe kom ik in Hilvarenbeek ?”. Bij een café vraag ik de weg : “Esbeek is hier zo’n 3 à 4 km vandaan. Door het bos, alsmaar rechtdoor”. Het is al bijna donker…

Het begin is nog asfalt, maar al snel wordt het een breed zandpad, modderig en aardedonker, en vervolgens gewoon smal. “Ik loop toch wel goed hè !”.

Na de laatste kilometers naar Hilvarenbeek bel ik vermoeid en tevreden aan. Op de deur een sticker met de tekst dat wandelaars hier welkom zijn. Mooi. Als de gastvrouwe open doet, spreekt zij de historische woorden : “U doet toch wel uw schoenen uit, hè !” Een warm welkom. In de huiskamer blijft de heer des huizes diep weggedoken in z’n krant.

De thee die ik in de keuken krijg is gelukkig warmer dan het welkom. Dan voegt ook de heer des huizes zich aan de keukentafel. “U mag hier niet roken !”. Er zijn meerdere vormen van gastvrijheid.

Het centrum van Hilvarenbeek is gezellig, met meerdere lokkende eetgelegenheden. Ik eet bij de Zwaan, word attent bediend en geniet van lokale bieren van brouwerij de Roos. Rooie Fik en Konjel als illustere figuren uit lang vervlogen tijden.

Zaterdag 3 november

De duidelijke woorden van mijn gastheer over het niet mogen roken krijgen een luchtje als ik hem des morgens hoor rochelen. Het afscheid vertoont gelijkenissen met het weer, bewolkt.

In het centrum van Hilvarenbeek volg ik de LAW 11, die me de bewoonde wereld uit leidt, via een bos met de fraaie naam “Annanina’s rust”, naar het schijnt vernoemd naar de maîtresse van de notabele stichter,  en enkele zandpaden tot het Wilhelmina-kanaal. Een verbeten kanoër trekt met ferme klappen een tijdelijk spoor door het rustige water. Als ik hem vanaf een brug bekijk, volgt een bijna synchrone knipoog. Alsof we niets hoeven te zeggen om elkaar te begrijpen. Via landelijke wegen kom ik in Moergestel, waar ik bij de plaatselijke banketbakker een koffie met gebak geniet, terwijl ik vertederd toekijk hoe een jonge vader en z’n zoontje geurend brood bestellen. Die mooie broze verhouding tussen hen : beschermend en toch uitdagend, hem langzaam voorbereidend op later.

DSC06566

Verkwikt vertrek ik richting Koningshoeven. Tussen de bomen door zie ik de 3 karakteristieke kerktorens, die als een Heilige Drie-eenheid fier richting hemel priemen. Zoals de gastenbroeder Christiaan me al verteld had, is het gastenverblijf wegens de recollectio (stilteweekeinde) gesloten en kan ik hier niet overnachten. Daar de ontvangst-ruimte verbouwd wordt en de winkel nog niet open is, wandel ik verder, richting Tilburg. Het is een gewone zaterdag, en dus zijn er veel mensen op de been. In de grote winkelstraten is het slalommen tussen de met volgeladen  plastictassen behangen mensenmassa. Deze drukte bevalt me niet zo, gewend en verwend aan stilte en ruimte.  Gelukkig gaat ’s middags Kandinsky open, een net buiten het centrum gelegen speciaalbier-café. Daar geniet ik van een stevige Bersalis, een tripel waarmee van de opbrengst de brouwerij Oud Beersel weer nieuw leven ingeblazen kan worden. Zo schenk je aan anderen èn jezelf.

Ik verlaat het zaterdag-drukke Tilburg en wandel richting Berkel-Enschot, naar de Trappistinnen, waar ik zal overnachten.

DSC06575

Aldaar tref ik na enkele verbaasde blikken de gastenzuster, die aangeeft dat het eigenlijk tijd is voor de Vespers. Ik loop achter haar aan door de stilteopwekkende gangen en zit even later weer in de kerkbanken. Voor me nu geen mannen met donkere bassen, maar wit-met-zwart geklede vrouwen met bijna meisjesachtig hoge stemmen, vrouwelijk en fragiel. Dat maakt dit een ander klooster. Zo is er na de korte mis de broodmaaltijd : eenvoudig, geen franje, maar wel een klein vaasje bloemen op tafel, the female touch. Ik ben niet de enige man, voor me zitten moeder en zoon, waarbij hij me doet denken aan het typetje Ab van der Laak van van Kooten en de Bie, die tegen z’n zin in overal mee naar toe getoornd wordt. Na de maaltijd en het afwassen laat de gastenzuster me m’n kamer en ontmoetingsruimte op zolder zien. “De vloer kraakt wel, hoor !” zegt ze guitig, alsof ik me in nachtelijke avonturen ga storten. Dan verontschuldigt ze zich “dat de toilet wel ver lopen is, aan het einde van de gang”. Als ik haar vertel dat ik ben komen wandelen uit Westmalle, verschijnt er een ingetogen glimlach op haar open gezicht ; de ongedwongen gastvrijheid is innemend, laat alle ruimte aan mij als gast en noopt niet tot de gedachte “Ik wil wat terug doen”. Knap als je zo vrijblijvend vrijgevig kan zijn.

Na m’n bed met de stijfgesteven lakens opgemaakt te hebben, lees en schrijf ik wat. Wil ik nog gezelschap? Gezeten aan m’n tafel, realiseer ik me wederom dat ik me gelukkig voel, compleet en volmaakt. Een allesomvattende warmte verspreidt zich door mijn lichaam, tranen van geluk wellen op in m’n ooghoeken. Ver in de achtergrond dwarrelt nog wat van de calvinistische gedachte : “Waar heb ik dit aan verdiend ?”. Schoonheidsfoutjes.

Het is aards stil in het klooster, zelfs de krakende vloer lijkt in ruste. Lopend door de stille gang, waan ik me de enige bewoner. Hoewel, beneden in de inmiddels donkere eetzaal tref ik wat gezelschap aan, enkele fraaie blondines, die ik meeneem naar m’n kamer om er aldaar van te genieten, in het bijbehorende glas natuurlijk. La Trappe, je proeft de ingetogen stilte.

DSC06568

Zondag 4 november

Na een inspirerend Lauden en Eucharistie, tref ik moeder en “Ab” weer tegenover me aan de ontbijttafel. Zij hebben gisteravond vergeefs op me gewacht in de ontmoetings-ruimte. En ik maar denken dat ik de enige was die om gezelschap verlegen zat. Ik moet nog veel leren. Na deze broodmaaltijd neem ik afscheid bij de gastenzuster van vanochtend, die, net als m’n vrouw, Corine heet. Dit als een vloeiende overgang naar mijn aanstaande huiselijke leven.

Als ik door Berkel-Enschot terug naar Tilburg loop, is alles nog in diepe rust. Alhoewel, in de verte hoor ik ’t grommen van een bolide : een knalrode Ferrari, laag bij de grond, V12 achterin en een verdacht jonge man voorin, komt met veel machtsvertoon voorbij. Als ik omkijk, geeft hij nog eens extra gas. Zoveel kracht met èèn voetbeweging. Even verder staat een klein meisje met haar handen tegen het raam naar buiten te kijken. Als ik naar haar zwaai, kijkt zij me, haar hoofdje schuinhoudend, onderzoekend aan. Haar moeder zwaait terug. Zoveel kracht met èèn handgebaar.

De trein brengt me in minder dan een uur in Culemborg, waar Corine, niet de gastenzuster maar mijn dierbare vrouw, op mij wacht. Na enkele brunettes en blondines blijkt zij toch weer de enige echte.

Tekst & foto’s : George Nelis

Gepubliceerd in:  on 09/09/2009 at 17:44 Laat een reactie achter
Tags:

Malse proeverij

malseproeverij1

“Malle meer dan wind en Trappist“, onder dat motto gaat op zondag 30 augustus 2009 opnieuw de Malse proeverij door in en rond de Scherpenbergmolen in Westmalle. Van 10 tot 17h kan je er gaan proeven van een ruim assortiment streekprodukten gaande van peperkoek, Westmalse Tieterkes over Westmalle Trappist en Trappistenkaas.

malseproeverij3

Aan de ingang koop je een bonnetjeskaart (7 euro) waarmee je aan elk kraampje een lekkernij mag proeven. En dat alles spoel je natuurlijk door met een lekkere Westmalle Trappist van’t vat !

malseproeverij2

Tekst & foto’s : Danny Van Tricht

Tour des Trappistes

George Nelis heeft de nobele gedachte opgevat om zijn Tour des Trappistes te voet af te leggen. In 2-wekelijkse bijdragen vertelt hij zijn pelgrimstocht.

Tour des Trappistes tocht 2 deel 2 : van Westmalle  naar Berkel-Enschot (La Trappe)

Woensdag 31 oktober

De combinatie Hendrik Jan en de komende wandeling naar Zoersel houden me tot de vroege mis onder de gesteven lakens. Grappig overigens dat er in de mis voluit wordt gezongen en dat er tijdens het ontbijt om stilte wordt verzocht.

Na de afwas heb ik een boeiend gesprek met een der monniken : hij heeft weinig hoop op verandering in de Katholieke kerk, ziet meer in een wending richting het Boeddhisme, waar er meer vrijheid en openheid is voor de aanhangers, dit in plaats van het aangetrokken corset vanuit Rome. Novicen houden het dan ook niet lang uit binnen de muren van Westmalle, en mede daarom ziet hij de almaar toenemende leeftijd als bedreiging voor het voortbestaan van de abdij.

DSC06503_1

Mijn bladerbak is gerepareerd, jawel, en ook de bladblazer mag weer op de schouders. En dus hark en blaas ik als nimmer tevoren, en ik moet zeggen, ik word er handiger in. Ook het legen van de bak, gisteren nog een beschamende vertoning, voer ik handig en efficiënt uit : bak na bak stort ik op de hoop, naast de bitterruikende hopbloemen. Gezellige babbeltjes zijn de kaarsjes op de taart : een oude broeder, te fiets, met gebreide grijze muts mèt pompoen, vraagt of ik de bladeren er ook weer allemaal aanplak. Zijn gezicht staat guitig. Heerlijk. Ook de pater in het bescheiden winkeltje, Pater Modestius, praat met kuiltjes in z’n wangen. Mooie ontmoetingen.

Na het middagmaal, salade, frieten en stoverij, geflankeerd door een tweetal Extra’s, neem ik afscheid van bB, “Gij zijt welkom” en deze bezielende plaats.

De overgang is groot. Want groter en grootst zijn de huizen in de “bomenbuurt”. Als ik de mensen aankijk in het voorbijgaan, schieten de blikken weg, ben ik een vreemdeling. De abdij mag dan niet meegaan met z’n tijd en gesloten overkomen, de zogenaamde vrije wereld laat ook een beperkte blik zien.

DSC06507_1

Als ik het Zoerselbos induik, vind ik wat ik zoek. Herfst ! Een laagstaande zon, kalende bomen, plassen en modder van een frisse herfstbui en die aardse paddestoelenlucht ! Via een gevarieerd bos, compleet met beekjes, waaronder de Monnikenloop …, kom ik via het imposante kasteel Zoerselhof de gelijknamige gemeente in. Ik ga richting centrum, de straat waar mijn onderdak voor vannacht is, is vast in de buurt. Een locale fietster helpt me uit de droom : “U moet ongeveer twee kilometer terugstappen, tot de nafta”. M’n voeten jubelen.

“Mijn“ straat begint met meerdere boerderijen, maar deze gaan langzaam over in steeds nieuwere en grotere bouwsels, waarbij mijn no. 88 er architectonisch uitknalt. Jé, als een foto uit een glossy woonmagazine, zo een waarbij Jan de Bouvrie met een glas witte wijn bij de brandende open haard staat, als art director.

De sleutel ligt zoals afgesproken onder de spreekwoordelijke bloempot en ook de studio is strak ingericht.

Na een verkwikkende douche hijs ik me in de kleren en op de fiets om ergens wat te gaan eten. De Boer van Zoerzel, lekker dichtbij, bekoort niet van buitenaf en dus pedaleer ik richting Zandhoven, dit op aanraden van Beatrice, mijn tot nu toe virtuele gastvrouwe. Maar café Sport, wijd en zijd geroemd om z’n wild, is akelig donker als ik aan kom trappen. S met een grote S. Terug maar naar de Boer met de grote B ?

Al terugfietsend zie ik vanuit mijn ooghoeken Joni ! Niet onze lieve en mooie dochter, maar een kroeg met haar naam. Daar mòet ik wat drinken, voor Joni en “tegen de dorst”. Nippend aan een Westmalle Tripel, even afkicken, vraag ik naar de oorsprong van de naam van deze kroeg. “Awel, dat is gekomen van onze beide voornamen. M’n vrouw heet Nicole en ik heet Jef”. …

Ik heb me vergist in de Boer. Hoewel ik eten in m’n eentje duidelijk minder vind, vergoedt het menu veel : scampi met witloof en basilicum, lamsrug met rode wijnsaus en walnotenijs met warme krieken na.

Tevreden rij ik terug, bel aan bij Beatrice en zit vervolgens met haar man Dirk in een strak minimalistisch huis aan de witte wijn. Mooi, modern en minder. Minder omdat er weinig staat, waardoor de ruimte ruimte blijft, net als in de abdij Westmalle, maar ook minder omdat het gesprek net zo leeg is als de inrichting. Er is nog geen vonk.

Als de witte wijn van tafel gaat, Dirk moet weer om 06:00 op, want hij gaat naar zijn Nederlandse vestiging in Deventer, zoek ik in m’n studio Ulrich Schnauss op, een bedwelmende melodie.

Donderdag 1 november

Ook het ontbijt is architectonisch verantwoord : het servies, rechthoekig want handig, is op elkaar afgestemd, de beide jammen zijn met gevoel voor detail in spierwitte bakjes gedrapeerd, ieder met z’n eigen, spierwitte, lepeltje en de koffie zit in een handige, bijna zitzakvormige houder, van naamgenoot Georg Jensen.

Beatrice heeft alles met gevoel voor gastvrijheid verzorgd en geniet zichtbaar als ik vraag of ik ook haar keuken mag zien. Ook het afscheid is stijlvol en prettiger dan de aankomst van gisteren : “Als je geen onderdak vindt, bel je maar. Ik kom je dan wel halen”. Aardig.

Via het gehucht Eynhoven met het typische driehoekige dorpsplein, de zogenaamde dries, naar Frankisch model, schamp ik de E34 en duik daarna via een brede dreef de bossen is. De bossen zijn mooi, de herfst spettert in het rond.

DSC06519_1

In het dorp Wechelderzande tref ik het : het is vandaag Allerheiligen en ondanks dat dit gevierd wordt in België, compleet met kerkgang, is de bakker-op-de-hoek open. En dus duik ik met een smoske oude kaas, mijn favoriet crabsla zag ik te laat, weer de bossen in en kom via een zandverstuiving met de naam Konijnenberg aan in Vosselaar. Deze plaats geniet enige faam als Mariabedevaartsoort. Binnen in de meer dan 500 jaar oude Onze Lieve Vrouwkerk brand ik traditiegetrouw een kaars voor m’n dierbaren. Tegenover de kerk staat, ook traditiegetrouw, een café.

DSC06528

Een heerlijke Orval later vervolg ik m’n reis, en wandel over zandpaden, om bij het kanaal Antwerpen – Turnhout – Dessel uit te komen. Langs het jaagpad en een schilderachtig gelegen en met grote vijvers omgeven kasteeltje, met de naam Boones’ Blijk. Hier werd in de 18e eeuw linnen en garen gewassen en gebleekt. Enkele kilometers verder nog meer historisch erfgoed : het Bels lijntje, de eind 19e eeuw aangelegde spoorlijn van Antwerpen via Turnhout naar Tilburg.

Een schitterend Begijnhof is mijn entree in Turnhout. Destijds bewoond door zedige vrouwen, die “door het stipt  bijwonen van de erediensten hun aspiraties tot een volmaakt christelijk leven wilden realiseren”. Een portierster waakte over het komen en gaan van de Begijnen en ook nu gaat deze oase van rust elke avond dicht.

In een café op de Grote Markt vraag ik naar onderdak. Bed & breakfast zit er niet in, het wordt het Leffe-hotel, niet echt m’n favoriete bier. Misschien dat ik daardoor met gemengde gevoelens naar binnen ga, maar de vrouw achter de balie gunt me geen blik als ik incheck. Haar collega’s binnen vullen gastvrijheid anders in, waardoor de fazantenfilets Brabançones, met witloof en, ik heb tenslotte veel in bossen gelopen vandaag, denneappelcroquetten, heerlijk smaken.

Net als de Rochefort 12, die ik een café verderop als afzakkertje geniet. Het haardvuur knapt, de bediening is prima, dat vind ik prettig.

Tekst & foto’s : George Nelis

Tour des Trappistes deel 6

George Nelis heeft de nobele gedachte opgevat om zijn Tour des Trappistes te voet af te leggen. In 2-wekelijkse bijdragen vertelt hij zijn pelgrimstocht.

Tour des Trappistes tocht 2 deel 1 : van Westmalle  naar Berkel-Enschot (La Trappe)

Maandag 29 oktober

Als een tergende striptease ontdoen de bomen zich langzaam van hun vlammend geel gebladerte, en tonen daarmee hun kille naaktheid. Het zijn dezelfde bladeren waar ik de komende week doorheen hoop te wandelen op m’n tocht van Westmalle naar Berkel-Enschot, het tweede deel van mijn Tour des Trappistes.

Vandaag reis ik met trein en bus naar Westmalle, waarbij ik de herfst alleen door het raam mag bekijken. Aanraken en meemaken van dit intense seizoen komt later.

In Dordrecht stap ik over op de internationale trein die me naar Antwerpen zal brengen. Net op het moment dat ik in overpeinzing het raam uitkijk, passeren we het station Kijkuit.

In het Turnhoutse stadscafé op de Grote Markt, waar anders, nuttig ik m’n eerste bier : een Corsendonk, goudblond als de herfstbladeren en frisbitter als een trage herfstbui. De herfst is een dankbaar seizoen, waar m’n binnenste buiten wil en mijn buitenste, na enige tijd, weer naar binnen.

De Lijn lijn 410 zet me af bij café Trappisten, recht tegenover de ingang van de abdij Westmalle. Het is gezellig binnen en de dubbel van het vat smaakt wonderbaarlijk zacht. Ik denk aan Yoeri, Jarno, Bas en Jos. Met hen zou ik hier graag enige tijd vertoeven, nippend aan nog een, prikkend in trappistenkaas, genietend van elkaar en al stilletjes verlangend naar een bourgondisch hoofdgerecht.

DSC06497_1

Het worden dunne bruine boterhammen, met ham en smeerkaas, als avondmaal in de abdij, nadat broeder Benedikt, bB in z’n email, me heeft ontvangen. “George ?” is zijn eerste vraag. De klik is er meteen. Een prettig mens.

DSC06469

Naast me aan tafel zitten 2 jonge jongens, die me doen denken aan onze zonen Yoeri en Jarno. Muisstil eten zij hun brood op. Mogelijk is men in België geïnspireerd door de woorden van Ignatius van Antiochië, die ook hier in de hal hangen : “Λoγoς απo Σιγης Πρoελθων” : “Het woord is van stilte herkomstig”. Stilte is hier als het ware een pseudoniem, een eerbiedig benaderende omschrijving van God.

Ik denk aan Coot, die zo kan genieten van de stilte die ze vraagt voor elke maaltijd.  En zo passeren in korte tijd meerdere mensen die ik liefheb de revue. Is dit omdat ik “alleen” ben ? Omdat ik weg ben uit hun midden ? Zoek ik daarom het klooster en de stilte van de eenzame wandeling ? Ik vind het heerlijk, alleen zijn is voor mij een zijn.

Na de gezamenlijke maaltijd en dito afwas kunnen we bij bB trappist bestellen, om gezamenlijk van te genieten in het ontmoetingszaaltje. En morgen, morgen mag ik lekker harken, om me nuttig te maken. Zalig tot m’n enkels in de bladeren, heilige bladeren.

Dinsdag 30 oktober

Zo te zien ben ik niet de enige die wat moeite heeft met het vroege tijdstip. Ook bB geeuwt tijdens de nachtwake af en toe openlijk. 4:00 is dan ook vroeg. Er wordt veelal gezongen en omdat ik geen missaal heb noch de gezangen herken, voltrekt deze mis zich voor mij op enige afstand. De kerk is vrij nieuw en maakt een moderne indruk, iets wat niet gezegd kan worden van het merendeel van de broeders en paters, want buiten een, net als in Rochefort, neger van begin 40, schat ik de rest zo op vanaf ergens in de 50 tot ver over de 70 jaar. Hoe zal dit zijn over een jaar of 10 ?

Na dit vroege rijzen voor de nachtwake kruip ik nog even terug in m’n bed waarna de wekker me wakker doet schrikken.

Een kletterende douche en dunne boterhammen met dikke plakken Westmalle kaas brengen me de juiste energie voor deze dag, want buiten wacht de hark en kruiwagen al op me.

DSC06473

En, meteen op de eerste dag al promotie, als de tuinman me een heuse bladblazer op de schouders hijst. 2-takt, met choke en cruise-control. Een ware en waardige Hendrik Jan ! En dus blaas en hark ik uur na uur, kruip en sluip ik onder de struiken, des morgens slechts onderbroken door de eucharistie. Bij deze mis voel ik me meer betrokken, met name omdat het op een Nederlandse mis lijkt, dat wat ik nog ken uit m’n jonge jaren. Alleen zat ik toen beukennootjes etend en luidkletsend m’n tijd uit te zitten, terwijl ik nu vrijwillig kom en geniet van enkele wat oudere paters en broeders, die met een mooi binnenpret-gezicht de dienst meemaken. Net als destijds in Rochefort worden we ook hier tijdens de communie rond het altaar genood. Zo heb ik beter zicht op de paters en broeders. Er zijn er meer dan vanmorgen vroeg en hun kwetsbaarheid door hun hoge leeftijd met bijkomende kwalen, valt nu nog meer op.

Ik heb zo m’n eigen problemen, want hoe krijg ik op een fatsoenlijke manier mijn eerste kruiwagen leeg ? 1 ½ meter hoog, tweewielig en tot de nok geladen met bladeren. Daar sta ik dan bij de vuilstort, na een rit over zo’n beetje het gehele terrein, langs, o terging, de brouwerij, waar de wortzoete nevels me bedwelmend in de neus kietelen. Leegscheppen van de kruiwagen zie ik niet zitten, en de zijschotten lijken onlosmakelijk verbonden met het onderstel. Oei, hoe zou de tuinman dit doen ? Dit mòet ik oplossen, degradatie dreigt. En nù al afscheid nemen van m’n bladblazer, ik weet niet of ik dat trek.

Hup, omkiepen die bak, daadkrachtig ! Er klinkt ook een krachtig gekraak … Ik krijg het warm … Ik heb het toch niet gesloopt hè !

Een onverwijlde uitzetting uit dit groene metier schiet door m’n hoofd. Ik mòet dit oplossen. Maar hoe ik ook trek en duw aan de diverse planken, ze geven geen krimp. Als ik de kruiwagen weer op z’n pootjes zet, wordt de schade ernstig zichtbaar : van de voorste plank is de geleider wreed van het hout gerukt, diepe wonden tonend. “Guilty, your honer”.

Bij dit vertoonde gebrek aan techniek, zet ik alles maar op inzet en schep met minstens zoveel moeite als ze er in gingen, de bladeren op de vaalt. Drie kruiwagens later heb ik de lostechniek door.

Het warme middagmaal heeft dan inmiddels weer wat wonden geheeld, want als ik als eerste de eetzaal binnenkom, fonkelen de Westmalle bierglazen me tegemoet, geflankeerd door het refterbier, de Extra, met gele dop en zonder etiket. De zonnestralen die door de glas-in-lood-ramen naar binnen schijnen, zijn recht op de flesjes gericht, alsof de Heere zelf z’n schijnwerpers heeft aangezet : “Hier zijn ze jongen. Het is je gegund !”.

DSC06471

Aan mijn tafel zit ook Lieven. Hij is leraar Nederlands en kent vele grappige taal-eigenaardigheden. Zo noemen ze een slavink hier een vogel zonder kop. En de Nederlandse uitdrukking : “Hij ligt voor Pampus” zorgt voor grote verwarring bij de Vlamingen, daar ze het woord Pampus niet kennen. En aldus verwordt deze uitdrukking tot “Hij ligt voor Pampers”, de luiers dus. Ook de Vlaamse zinsbouw komt mij anders en grappig over. Zo staat op de wc het volgende : “Laat ’t toilet proper en rein, want achter moeten er ook nog mensen zijn”.

De rest van de middag hark ik, schep ik en rijd ik. De bladblazer heb ik terzijde gelegd, als impliciete degradatie.

De avond breng ik, net als gisteren, met z’n drieën door, ik zelf en twee flessen Dubbel. Want het ontmoetingscentrum aan de overkant van het gastenverblijf blijft wederom leeg.

Tekst en foto’s : George Nelis

Gepubliceerd in:  on 02/07/2009 at 00:16 Laat een reactie achter
Tags:

Trippelen en trappelen in Westmalle

Klinkt fantastisch niet ? En dat is het ook ! Hotel De Heidebloem in St. Antonius Zoersel biedt dit arrangement aan in het kader van “Vlaanderen Lekkerland” en “Leven in de brouwerij”.

westmalle01

Met de fiets verken je de Trappistenroute, 44km rond de abdij van Westmalle en de Trappistinnen van Brecht. Verder zijn er kilometers uitgestippelde wandelingen rond de Westmalse Abdij. Je dorst lessen kan natuurlijk altijd in café Trappisten of de talrijke andere horecazaken in de buurt.

westmalle59Het volledige arrangement omvat :

-  2 overnachtingen
-  uitgebreid ontbijt
-  3-gangendiner Trappistenmenu op basis van Westmalle (incl. origineel aperitief)
-  Westmalle tripeldegustaties met hartige Trappistensnack (café Trappisten)
-  gratis huurfiets
-  EXTRA verrassing
-  toeristisch infopakket (met oa wandelmapje Malle, trappistenroute, tips en weetjes..)

Info en reserveringen:

Toerisme Malle vzw
Antwerpsesteenweg 246
2390 Malle
Tel. +32 (0)3-310 05 14
Fax +32 (0)3-311 71 70
toerisme@malle.be
www.toerisme-malle.be

Hotel de Heidebloem Handelslei 55  St. Antonius Zoersel.

Tekst & foto’s : Danny Van Trichtwestmallelogo

Gepubliceerd in:  on 28/06/2009 at 09:23 Laat een reactie achter
Tags:

Westmalle Tripel .. het bier en het glas …

Gepubliceerd in:  on 03/06/2009 at 20:19 Laat een reactie achter
Tags: ,

Proeverij extreem oude Trappistbieren

24 april 2009 de Goede Vrijdag, Herselt

Een uitnodiging van ‘Trappistbier Beleven’

01

Als je zo een beetje rondstruint in de bierwereld krijg je op den duur wel wekelijks enkele uitnodigingen in de bus om her en der bier te gaan proeven. Wekelijks kan je, maar dat wist u al, honderden kilometers afleggen om nieuwe, exceptionele, unieke en andere bieren te gaan proeven. De enkele festivalletjes van jaren geleden zijn er ondertussen tientallen geworden.

Van oudsher bezochten we niet zoveel festivals. We hebben de neiging graag te drinken en dan te blijven hangen, en beide zijn een slechte combinatie voor zowel openbaar als privévervoer. Maar nu en dan trekt er toch een uitnodiging de aandacht, en achteraf bedenken we dan wel eens dat we ze beter niet lazen. Niet dat ’t slecht was er op in te gaan, wel integendeel, maar omdat we weten dat we eigenlijk voor het lezen al beslist hebben van er op in te gaan. Dat kan natuurlijk van de titel afhangen, maar evenzeer van de gastheer. Enfin, dit alles om maar te zeggen dat een uitnodiging van www.trappistbierbeleven.be voor ons een openstaande val is. (Maar dan in de positieve zin, natuurlijk!)

We leerden Danny Van Tricht enkele jaren geleden in het gezelschap van o.m. Chuck Cook kennen bij een bezoek aan Rochefort. U weet wel, één van die brouwerijen waar je absoluut niet binnen geraakt. Danny is de spreekwoordelijke uitzondering die de regel stelt. Het spreekt dan ook voor zich dat een uitnodiging voor een proeverij die door Danny op ’t getouw gezet wordt, hoge verwachtingen oproept. Of we dus zo goed wilden zijn in klein gezelschap het vege lijf naar Herselt te reppen om er extreem oude trappisten te proeven ? Zonder twijfel, Danny, en we brengen zelf ook wat lekkers mee!

Oude bekenden en nieuwe gezichten. Eén van die dingen die maken dat de bierliefhebberij blijft boeien is zonder twijfel het sociaal aspect. Ooit lazen we de spreuk die we tot onze ludieke slagzin maakten: “ ‘tPier en is voor de ghansen niet gemaect!” Het bier is er inderdaad door en voor mensen, en niets heerlijker dan met mensen keuvelen met en over een biertje. Ook zo de genodigden van Danny, deze avond, een heterogeen gezelschap van jong naar iets minder jong, van dame tot heer, van brouwer over uitgesproken liefhebber tot levensgenieters en gelegenheidsproevers. Is er een mooier schaar mogelijk om de oude heerlijkheden van onze trappistenpaters door ruiken en proeven en snuffelen en smakken om te zetten in woorden ? Zo troffen we, naast Danny en ondergetekende, Chuck Cook, Amerikaans bierjournalist die zich de laatste jaren eerder ontpopt als brouwerijreiziger. Chuck bezocht zo maar eventjes 91 van onze brouwerijen, en tegen dat hij volgende week terug naar huis vliegt, heeft hij weer enkele trofeeën extra. Carine,Danny, Guy en Isabelle vertegenwoordigden de ‘culinaire bierliefhebber-levensgenieter-blij met lekkers’- zijde van ons proefpanel. Aan de andere kant vonden we Steven Lintermans, uitgelezen bierliefhebber, André Van Gansen , sinds 25 jaar hobbybrouwer, en Jef Goetelen, welbekend Hofbrouwer. (Te zeggen, niet van Laken, natuurlijk!). We rekenen onszelf zeer bewust als een gulden middenweg tussen de twee groepen, enerzijds omdat we meteen opgevorderd werden tot het schrijven van de notulen van deze ‘tonzitting’, anderzijds omdat gemeenlijk bekend is dat bij het proeven van allerlei lekkers het bourgondisch deel van onze herseninhoud meermaals de overhand haalt op het objectief en sensorisch analiserende. Vandaar ook het eerder genoemde ‘blijven plakken’. Het was dan ook niet zonder bijbedoeling dat ik me naast Jef de Hofbrouwer installeerde.

groep1

Tussen proeven en ruiken, de oren gespitst !

Het gamma

In tegenstelling tot de bekende De Gamma, dewelke ons spijtig genoeg voor deze vermelding niet sponsort, willen we hier nadrukkelijk Het Gamma bespreken, met hoofdletter geschreven vanwege de door allen geprezen magistraliteit van de inhoud. Zoals de uitnodiging ons terecht deed vermoeden was het meteen raak: oudste te proeven bier: omstreeks 1980, jongste: omstreeks 2001! Sta ons toe nadrukkelijk te stellen dat door de jaren heen een eerder voorzichtige benadering van ‘oude bieren’ ons deel is geworden. Alhoewel meermaals zeer interessant moet men durven stellen dat de grote meerderheid van de bieren niet gemaakt is om decennia te overspannen. Op uitzonderingen na denken we dat vier- vijf jaar voor een beperkt aantal uitmuntende bieren meer dan genoeg is. Daarna volgt onherroepelijk oxydatie en afbraak, en hoe dan ook, dat was en is nooit de bedoeling van de brouwer geweest. Ondanks deze bijbedenking, die door een aantal liefhebbers allicht gecontesteerd zal worden – het weze hun goed recht – is ondergetekende steeds graag bereid de lippen aan zo’n glaasje antiek te zetten, al is het maar omdat een aantal typische aroma’s en smaken nu eenmaal niet in jongere bieren terug te vinden zijn.

We proefden Westmalle Dubbel en Tripel, Sixtus (Watou), Sixtus Westvleteren 12, Blauwe Chimay, Petit Orval en Orval en , buiten categorie, La Trappe.

image00441De proeverij

We zijn ons bewust van onze technische beperkingen op het vlak van proeven. Het is en blijft een leerproces waarbij ondergetekende ook nu weer moet toegeven nog veel te leren te hebben. Om goed te zijn zouden we dus nog eens moeten samenkomen om de verschillende notities tegen elkaar af te wegen om een omvattende analyse te maken.We laten natuurlijk graag aan de gastheer het voorrecht om dit in overleg met de andere aanwezigen alsnog te doen. Bij het schrijven van dit ‘verslag’ moeten we dus beroep doen op onze eigen gefractioneerde waarnemingen en beogen verre van de absolute juistheid neer te schrijven. Hierbij toch een poging waarbij, zoals zelfs de niet – oplettende lezer zal kunnen vaststellen, we soms toch echte verwondering niet konden onderdrukken! Gelieve, goede lezer, lieve lezeres, nota te nemen van het feit dat omwille van diverse redenen de gebruikte jaartallen soms benaderend zijn, en dat de conditionering verliep van 33cl tot 75 cl. Over het schuim hebben we het meestal niet, omdat het weg was voor dat het glas ons bereikte. Trek daar dus niet de conclusie uit dat er geen was, maar minstens dat het snel inzakte en meestal zonder sporen na te laten. Ook de koolzuurverzadiging laten we verder onbesproken, doorgaans was ze zwak tot helemaal onbestaande. Tot slot zijn onze zintuigen niet anders dan van de meeste mensen, en beginnen ze na vijf – zes bieren duidelijke tekenen van vermoeidheid te tonen. U zal het aan de bespreking kunnen merken wanneer ze in het later verloop van de proeverij toch nog wakker geschud werden. Daarenboven, maar dat hoeft geen nadeel te zijn, kenden we natuurlijk ook de voorgeschiedenis van de meeste bieren niet, meestal vondelingskes uit diepe stille kelderkrochten…

Petit Orval 1983

De Petit Orval is het bier dat de paters voor zichzelf brouwen. Enkele bakken geraakten ter abdij in de vergetelheid en werden leeggegoten, Redder Danny kon er (gelukkig) enkele veilig stellen. We vonden onmiddellijk een oude bekende zowel in aroma als deels in de smaak: wat stof en nat karton.Ergens vingen we een streepje groene appel ,maar waar iedereen het over eens was: droog,droog,droog. Een tikje zurigheid maar niet de zuurte van ‘slecht’ bier, maar van de restwerking van Frank Boons’ hartedief: de Brettanomyces. Het was ook Frank Boon die ons toen vertelde dat er in Orval een belangrijke rol is weggelegd voor de wilde Brettanomyces gist. En dat die langzaam maar zeker zijn werk voortzet en niet stopt voordat hij alle suikers tot de zijne gemaakt heeft. Een uitgesproken lambiktoets was vanaf het openen van de flessen ons deel: ronduit schitterend! Bij verdere opwarming staken dan uiteraard een aantal mindere aroma’s de kop op, maar dat kon de verwondering al niet meer dempen!

orval83

Orval 2003

Duidelijk nog Orval met de bekende hoppigheid. In de geur dachten we banaan en peer terug te vinden en tevens al wat nat karton. Duidelijk aan zijn overgang bezig, deze Orval. Bitter speelde hier nog steeds de hoofdrol, maar ietwat zuurte kwam ontegensprekelijk al opzetten?

Orval 1983

Quasi onmiddellijk naast de vorige geplaatst om toch iets van vergelijking te kunnen maken. Het zurige aspect overheerste de bitterheid en ging eerder naar wrangheid en adstringentie. Nochtans niet direct onaangenaam. In tegenstelling tot onze eerste was dit bier aan oxydatie onderhevig.

orval83_1

Westmalle dubbel 1980

Porto! Ietwat afkerig tegen de smaak van porto sinds het onoordeelkundig nuttigen van een op een studentenbal gewonnen fles, herontdekten we deze smaak jaren later en bezadigder als merkwaardig fenomeen van tal van ‘mooi’ verouderde donkere bieren. Dit was hier zeker het geval. Naast het onvermijdelijke stof toch nog heel proefbaar zoetig-bitter met cacao en caramel en/of zoethout.

westmalle81

westmalle801

Sixtus Prior 1989

Nog gebrouwen door St.Bernardus in Watou was dit toch ook één van de zeer interessante bieren van de avond. Behoorlijk complex (nog steeds), want ook hier portorisatie, maar met misschien wat minder aangename toetsen zoals een salamigeur bij het walsen en na opwarming wat verbrande rubber. In de smaak moutig en bitterzoet met een langere nabitter. Hoe dan ook geoxydeerd maar verrassend en niet (geheel) onaangenaam.

Blauwe Chimay 1988 Grand Réserve (75cl)

Ook deze ‘Blauwe’ had (uiteraard) wat van oxydatie te lijden. Tevens had de kurk zijn smaakje nagelaten. Toch viel ons hier onmiddellijk ook de portosmaak en vooral de alcoholwarmte op, die er allicht mee voor zorgde dat de zoetig – bitterige smaak lang uitliep.

Westmalle Tripel 1980

Vooreest mag opgemerkt worden dat onze gastheer in deze lading het originele prijsetiketje terugvond. 27,50 Fr. Voor een bak van dit allerheerlijkste vocht, anno 1980 ! En of dat de tijden toen beter waren! Spijtig genoeg waren voor dit bier de tijden ook niet meer wat ze geweest zijn. Nadrukkelijk nat karton en stof met een eerder wrange smaak. Wel opvallend was de kleurverandering van eerder strogeel naar goudgeel of geel koper, bijna op het ambere af, zo u wil.

Westmalle Tripel 1988

Nadrukkelijk geoxydeerd, maar in tegenstelling tot zijn oudere confrater duidelijk alcohol warm en romiger-zoetiger van indruk. Ook hier weer de kleur veel donkerder geel als oorspronkelijk, maar, zoals alle voorgangers trouwens, verrassend helder!

Sixtus Westvleteren 12 2001

Hoewel de jongste telg van ons gamma, had deze Westvleteren al duidelijk ouderdomskwaaltjes. Naast een voor de hand liggende oxydatie toch nog moutig en zoet-bitter. Hier wel opvallend diacetyl in de neus vooral met een geur van karnemelk. Van de geproefde bieren was dit de enige die met een redelijke schuimkraag tot bij ons geraakte.

Sixtus Westvleteren 12 1990

Zonder twijfel een openbaring. Mondgevoel troef! Naast papier en karton ook hier een rubberachtige gewaarwording in de geur. Maar de smaak, mensen, mensen! Met dit bier krijg je een Mount Everestbeklimmer terug opgewarmd! Onwaarschijnlijke alcoholwarmte gepaard met een moutige zoetigheid die ons eerder aan siroop deed denken dan aan bier. Van oxydatie geen sprake, maar daarentegen een prachtige portorisatie. Als ‘uitsmijter’ kon dit tellen, maar of je nu je bak Westvleteren twintig jaar moet laten staan om dit te bereiken is dan natuurlijk weer zeer de vraag. Al bij al waren de proevers het er zonder onderscheid over eens dat deze proeverij zonder meer indrukwekend was. Eens te meer viel ook op dat de meeste van deze bieren zeer snel een vol gevoel geven en dat je zonder twijfel een flesje door drie kan delen, anders wordt het echt puffen.

westvleteren921

“Buiten competitie”

Wie had gehoopt al naar huis te kunnen zat er grondig naast. Niet dat iemand ook maar op ’t idee zou gekomen zijn. Danny had immers aangekondigd nog enkele ‘speciallekes’ op ’t programma te hebben.

Stoofbier 8 en 12 Sixtus Westvleteren.

Stoofbier is het laatste dat bij het afvullen in de tanks blijft zitten. Uniek omwille van het feit dat het niet te koop is. Uniek omwille van het feit dat het wel eens meegegeven wordt aan mensen uit de streek om ‘stoverij’ mee te maken. (Vandaar ook de naam) Uniek omdat onze gastheer er toch weeral was aan geraakt  én uniek omdat met de vernieuwde afvulinstallatie dit bier spoedig tot het verleden zal gaan behoren. We onthouden hier de veel nadrukkelijker smaakelementen, vooral het bitter van de gist.

La Trappe Quadrupel ‘eik’

Als sluitstuk had Danny een wereldprimeur voor te stellen. De schittering in zijn ogen verried al één en ander maar we moesten toch wachten op ons glas voor de absolute verrassing van de avond. Immers, pas deze namiddag had hij met Chuck brouwerij La Trappe bezocht en de brouwmeester, Lodewijk  Swinkels, een fles van zijn nieuwe bier ontfutseld. Deze nieuwe La Trappe Quadrupel zal hoe dan ook niet gecommercialiseerd worden en alleen te proeven zijn in het proeflokaal van de brouwerij. Dit zou dus de eerste (en enige?) fles zijn die de ingetogenheid van de abdij verlaat. Deze Quadrupel onderscheidt zich van de andere door een lagering van niet minder dan negen maanden op (nieuwe) eiken vaten. Het resultaat sloeg iedereen met verstomming: zoet-bitter, zeer complex, maar met een uitgesproken, zelfs overweldigende, geur en smaak van vanille ! Een bier om lyrisch van te worden, als je tenminste de fles deelt met meer dan een handvol proefgenoten, want anders kan men je geheid naar huis rollen! (NVR : dit bier is nu nog niet verkrijgbaar in de abdij, over dit bier hoor je later nog meer op Trappistbier Beleven !)

Wereldprimeur !

Wereldprimeur !

Natafelen

Als opkikkertje werd ons nog een lekkernij vanwege de waard aangeboden. De kastelein van de Goede Vrijdag trakteerde ons nog op een boterham met balletjes in een Westmallesaus. Of hebben we de volgorde fout? Alleszins een uitermate hartige hap, die met een fris glas bier van onze proefkompaan Jef den Hofbrouwer met smaak verorberd werd. Na nog wat natafelen, wat gaat de tijd in die gastvrije Kempen toch altijd snel!, was het afscheid er sneller dan verwacht, en na zo’n geur – en smaakorgie viel ons dat wel zwaar.

De kilometers die ons van ’t Stadje scheidden gaven ons de gelegenheid een massa indrukken nog eens te laten passeren. Zonder afstand te doen van ons ‘standpunt’ over oude bieren hebben we hier toch een aantal uitgesproken unieke gewaarwordingen beleefd. Bovendien leerden we een groep biergeestdriftige (en dus?) gezellige Kempenaars kennen die ons het gevoel gaven dat de afstand Antwerpen-Herselt niet zo groot is als de kilometerteller zou doen veronderstellen.

Bedankt vrienden, bedankt Goede collega van de Goede Vrijdag, bedankt Danny Van Tricht !

Tekst : Hans Bombeke (Docent ‘Bierkennis’ PCVOA en Voorzitter Antwerps BierCollege)

Foto’s : Chuck Cook & Danny Van Tricht

Nieuwe website voor Café Trappisten

cafetrappisten

Het nieuwe café Trappisten is al een paar maand een feit … én nu is ook de website van het wereldberoemde Westmalse café in een nieuw kleedje gestopt, volledig in de stijl van de nieuwbouw. Neem vlug een kijkje : Café Trappisten Westmalle

Tekst : Danny Van Tricht

Gepubliceerd in:  on 01/03/2009 at 00:04 Reactie (1)
Tags: ,

Wereldkampioenen lusten Westmalle Tripel

In Morkhoven (AN) vond de viering plaats van de twee kersverse wereldkampioenen veldrijden Philipp Walsleben (beloften) en Niels Albert (profs). En daar werd natuurlijk door de supporters menig glaasje op geklonken. De twee kampioenen hielden het bij één Westmalle Tripel … ‘t is lekker en het staat niet op de dopingslijst ! Gezondheid !

Niels, vriendin Ellen en Philipp

Niels, vriendin Ellen en Philipp

Foto : Leon Verwerft

Tekst : Danny Van Tricht

Gepubliceerd in:  on 05/02/2009 at 20:09 Laat een reactie achter
Tags:

Heerlijk koken !

dhl_3dUitgeverij Het Davidsfonds, de Trappistenabdij van Westmalle en ‘De Heeren van Liedekercke’ brengen samen een kookboek uit : “Heerlijk koken met producten van het seizoen” (promoprijs 12,50 €). Het feestelijk menu met gerechten uit dit boek  kan u tijdens het eerste weekend van februari (5-9 feb) komen proeven in bierestaurant “De Heeren van Liedekercke” en dan krijgt u er …jawel …  het boek gratis bij !

Danny Van Tricht

De nieuwe trappistbier.be is online !

Na een paar weekjes intens knutselen is trappistbier.be volledig herwerkt en is de lay-put wat opgefrist. Naast info over de 7 Trappistbieren en hun brouwerijen staat voor het eerst ook de volledige verzameling van glazen online !

top_bg

Tekst en foto : Danny Van Tricht

La nouvelle Café Trappisten est arrivée

Het vriest de stenen uit de grond als we Café Trappisten in Westmalle binnenstappen op de tweede dag van het prille jaar. De zaak zit nokvol Trappistliefhebbers, het is zoeken naar een plaatsje.  Eens gezeten kiezen we voor kaaskroketten met Westmalle kaas. Als drankje een “Trip-Trap”, uniek  te verkrijgen in Café Trappisten. Een “Trip-Trap” is een halve Dubbel van’t vat bijgevuld met een Tripel (let op de volgorde !). Het resultaat is een donker amberkleurige blend met een spierwitte schuimkraag die de zoetheid van de Dubbel laat verdrinken in de bitterheid van de Tripel. In combinatie met de kraaskroketten is dit genieten … als toetje kiezen we beiden voor een vanille-ijsje met in Tripel gelegen boerejongens en caramel van Dubbel. De WODCA controles indachtig beschouwen we dit als voldaan !

Restyled glas Café Trappisten

Restyled glas Café Trappisten

Het nieuwe Café Trappisten is niet alleen een volledig nieuw gebouw, zowat alles is “gerestyled”, van de servetten tot de glazen toe. Er zullen voor – en tegenstanders zijn of het vroeger al dan niet beter was … wij vinden het in elk geval een geslaagde transformatie in stijl. De parking moet nog aangelegd worden maar dat is een te verwaarlozen detail. Je kan het hele verhaal van de sloop tot de bouw van het nieuwe café rustig doornemen in een ter plaatse aangeboden foldertje.

Folder Café Trappisten

Folder Café Trappisten

Tekst en foto’s Danny Van Tricht

Varkensvlees met pruimen en Westmalle Dubbel

Voor het tweede recept in de serie Koken met Trappistenbier koos ik een Westmalle dubbel. Een mooie trappist met, een lichtzoete toets en een klein bittertje.

Dat leek me ideaal om te gebruiken bij een herfstig stoofpotje met gedroogde pruimen en varkensvlees.

Westmalle Dubbel (foto abdij Westmalle)

Westmalle Dubbel (foto abdij Westmalle)

Varkensvlees met pruimen en Westmalle Dubbel.

750 gram, liefst wat doorregen biologisch varkensvlees, in blokken gesneden

1 ui en twee teentjes knoflook, fijngehakt

ongeveer 15 gedroogde pruimen zonder pit

wat boter

1 flesje Westmalle dubbel

1 kop bouillon

peper, zout en een paar takjes rozemarijn

beetje bloem

wat versgehakte peterselie.

Laat de pruimen 3 uur wellen in een beetje Westmalle bier.

Bestrooi het vlees met peper, zout en bloem. Schud de overtollige bloem eraf.

Bak het vlees aan alle kanten lichtbruin. Voeg ui en knoflook toe en bak ze even mee. Doe er dan een half flesje Westmalle bij, wat bouillon en de rozemarijn. Laat de pruimen even uitlekken en doe ze bij het vlees. Laat het geheel zo ongeveer een uurtje stoven.

Als de saus te dik wordt kun je eventueel wat bouillon toevoegen.

Strooi er vlak voor het opdienen wat versgehakte peterselie over.

Wij aten er broccoli bij en een paar gekookte aardappeltjes. En natuurlijk een glas Westmalle dubbel.

Varkensvlees met pruimen en Westmalle dubbel

Varkensvlees met pruimen en Westmalle dubbel

© ellen bouckaert. Blog : Ministerie van eten en drinken