Het Nieuwsblad/De Standaard besteed vandaag een volledige pagina aan de verkiezing van de Orval Ambassadeurs 2010. Ook online wordt er de nodige aandacht aan besteed. Bekijk het artikel op “Standaard online“.
Danny Van Tricht
Het Nieuwsblad/De Standaard besteed vandaag een volledige pagina aan de verkiezing van de Orval Ambassadeurs 2010. Ook online wordt er de nodige aandacht aan besteed. Bekijk het artikel op “Standaard online“.
Danny Van Tricht
Het label “Orval Ambassadeur” is op een paar jaar tijd uitgegroeid tot een gewaardeerde erkenning voor de Horeca. Het is de “Michelin”-ster onder de cafébazen. En het stopt niet met Orval, iemand die het label krijgt draagt meestal ook wel zorg voor de andere geserveerde bieren in zijn zaak. 353 horecazaken mogen zich in 2010 “Orval Ambassadeur” noemen. En het belang dat eraan gehecht wordt blijkt uit de opkomst om de erkenning persoonlijk in ontvangst te komen nemen in de abdij van Orval.
Na een gezellig diner aangeboden door Brasserie d’Orval geeft Mr. De Harenne ons persoonlijk een rondleiding door de brouwerij. Daarna mag iedere laureaat zijn geschenk in ontvangst nemen, dit jaar is het een replica van de eerste houten bakken waarin 80 jaar geleden Orval geleverd werd.
Proficiat aan alle Orval Ambassadeurs 2010 ! !
Voor de volledige lijst van Ambassadeurs 2010 kijk op de Orval website in de sectie “brouwerij”.
Tekst & fotos : Danny Van Tricht
Onder de verzamelaars van Trappist items zijn de Orval verzamelaars toch wel de meest fanatieke. Dat vertaalt zich spijtig genoeg ook in de prijzen van zeldzame stukken. De mythe van Orval reikt dus verder dan het verhaal van prinses Mathilde en de forel. Een prachtige nieuwe website over Orval collectors items komt van Benjamin. De collectie is nog niet zo uitgebreid maar daar komt zeker verandering in. De website geeft in elk geval al een mooi overzicht van wat er zoal van Orval te vinden is. Neem eens een kijkje op Le coin des collectionneur !

Tekst en foto : Danny van Tricht
Het Laatste Nieuws meldt vandaag op haar website dat de Abdij van Orval weldra een trappistenmuseum zal huisvesten:
De abdij van Orval, die elk jaar zo’n 70.000 bezoekers verwelkomt, zal restauraties doorvoeren met de 261.229 euro steun die het Waals gewest heeft toegekend. Dat heeft Waals minister voor Patrimonium Benoît Lutgen (cdH) aangekondigd. De werkzaamheden zullen toelaten om onder andere een trappistenmuseum in de steigers te zetten.
Naast de tentoonstellingsruimte blijft er plaats voor de werken van Broeder Abraham, monnik-schilder in de Abdij van Orval. Hij werd als Jean-Louis Gilson geboren in 1741 in Habay-la-Vieille en stierf in 1809. Nog tot 8 november kan je terecht in het Gaumemuseum voor een tentoonstelling naar aanleiding van de 200ste verjaardag van zijn overlijden.

Tekst : Steven Vermeylen
Foto : Danny Van Tricht
De kogel is door de Trappistenkerk, de abdij-herberg van Orval zal in de komende maanden grondig verbouwd worden. L’Ange Gardien is een monument, letterlijk en figuurlijk, daarom moet ook de voorgevel overeind blijven staan wegens geklasseerd. De rest gaat echter onherroepelijk tegen de vlakte om plaats te maken voor een hypermodern complex met verschillende verdiepingen en lift. De meningen over deze drastische verbouwingen zijn verdeeld … feit is dat pas in de zomer van 2011 de nieuwbouw zal klaar zijn. Ondertussen moeten de Orval-liefhebbers uitwijken naar de horeca in de buurt …

Om één en ander door te spoelen trof ik gelukkig een paar leden van Les amis d’Orval op het terras van L’Ange Gardien … dit is mijn laatste gedegusteerde Orval op het terras van L’Ange Gardien in deze vorm. Het afscheid werd er een beetje door verzacht !


Nadat Wallonië in 2006 het bier in de kijker plaatste is het dit jaar de beurt aan Vlaanderen om bier de nodige aandacht te geven die het verdiend. De Vlaamse actie heet zoals iedereen ondertussen wel weet “Leven in de brouwerij” Hierbij worden zowel het bier alsook menu’s met bier klaargemaakt in de kijker geplaatst. Dat er veel belangstelling is mag blijken uit het feit dat reeds 400 horecazaken hebben ingeschreven om rond bier iets te beleven.
Dat tapasbar “De Pado” (de naam komt van de eerste twee letters van de voornamen van de uitbaters Patrick en Dominiek) aan deze actie deelneemt is niet zo verwonderlijk. Vijf jaar op een rij zijn ze al Orvalambassadeur en dit jaar mochten ze zelfs hun titel ‘Orval ambassadeur cum laude’ verlengen. Van de 18 uitgereikte tittels zijn ze de enige in West-Vlaanderen.
Het volgende doel voor de heren is de titel ‘Magna cum laude’ behalen. Dat zou voor het Tieltse duo een opperste bekroning zijn. Deze titel kun je maar één keer in je leven verkrijgen en je moet er minstens drie jaar Ambassadeur cum laude voor geweest zijn. Het project biedt hun de unieke kans om weer opnieuw met dit schitterende bier te experimenteren. En terug hun titel te verdedigen. Deze actie leek hun perfect om Orval nog meer naam en smaakbekendheid te geven.
De diverse bekroningen dankt het duo aan de service en etiquette waarmee ze Orval aan hun klanten presenteren en aan hun aanbod aan oude Orvalbieren.
Het Orvalmenu is in juni en november te proeven
Aperitief : Een jonge gekoelde Orval.
Voorgerecht : Lauw soepje van Orval en Parmezaanse kaas.

Hoofdgerecht : Varkenswangetjes in Orval met zijn garnituur.

Dessert : Parfait van Orval met Orvalsiroop.
De prijs per menu is 25,00 euro
Reservatie verplicht op nummer 051/407191
Voor de bierdegustatie hebben ze gekozen om hun Orvalparels uit de kelder te halen. Zij bieden een verticale proeverij aan van Orvalbieren van 1, 2, 3 en 4 jaar oud.
Tapasbar Pado
Stationstraat 68
8700 TIELT
Tekst en foto’s : William Roelens (Belgische Biercultuur)

De inschrijvingen voor de open deur dagen in de brouwerij van Orval zijn geopend ! Dit jaar zijn de poorten van de brouwerij voor de bezoekers geopend op vrijdag 18 en zaterdag 19 september. Voorinschrijven is verplicht via www.orval.be (volg de link “brouwerij”)

Nieuwe brouwzaal Orval
Tekst en foto’s : Danny Van Tricht

Wandelen rond Orval
De gouden vallei, zo wordt het dal genoemd waarin de abdij van Orval zich eeuwen geleden heeft genesteld. Niks overdreven … en dat vond ook Julien van Remoortere toen hij een paar jaar geleden een handig gidsje in pocket formaat samenstelde met daarin een 4 tal wandelingen rond de abdij van Orval. Laat het ons erover eens zijn : de wouden rond de gouden vallei zijn een paradijs voor wandelaars !

De magistrale wegwijzer naar ... Orval
Wij kiezen voor de wandeling naar Margny (7,5km), net over de grens in la douce France. Vertrekkend aan de ingang van de abdij passeren we eerst L’Ange Gardien, de abdijherberg van Orval. Bewust laten we deze nog even links liggen en na een paar minuten klimmen we al het Foret d’Orval in. Eens boven komen we in een hoogvlakte vanwaar we een prachtig zicht hebben op het dorpje Villers-devant-Orval. We missen op een haar het centrum van dit Gaumedorpje om via Café de la Frontière Frankrijk binnen te stappen. Nu wordt het klimmen geblazen naar Margny, 170 inwoners rijk en zo uit Bokrijk weggelopen.

Kerk en centrum van Margny
Een verplicht bezoekje aan de kerk met authentieke houtstoof verlicht onze geesten om af te dalen in de bossen van de Gaume … een kabbelend beekje maakt het onthaasten compleet.

La Marche kabbelt ongestoord door de gouden vallei

Floriflette met Orval kaas
Plots staan we voor de boerderij van de abdij en even later duikt ook ons vertrekpunt op. De herberg l’Ange Gardien kunnen we nu niet meer negeren, een Orval temperé en een Floriflette (tartiflette variante met Orval kaas) zijn de beloning voor onze pelgrimstocht.
De wandelingen in dit handige boekje zijn perfect beschreven, verloren lopen is bijna onmogelijk. Het gidsje is voor 5 euro te koop in l’Ange Gardien en in het kloosterwinkeltje.
Tekst en fotos : Danny Van Tricht
George Nelis heeft de nobele gedachte opgevat om zijn Tour des Trappistes te voet af te leggen. In 2-wekelijkse bijdragen vertelt hij zijn pelgrimstocht. Hier deel 4 !
Tour des Trappistes deel 4 : van Orval naar Rochefort
Zondag 20 mei
Een boerennacht, uiteraard op een hoeve als deze. Ik kleed me zachtjes aan en schuif aan de overvloedige ontbijttafel. Bij het afscheid drukt de vrouw des huizes me nog een fles bier in de handen, want “deze bruine had u nog niet geproefd”. Attent !
De voeten voelen goed en de route volgt een patroon vergelijkbaar met gisteren : eerst het dorp uit, dan het bos in, tot een weg of brug, vervolgens weer het bos in, enz. Op deze manier kom ik via Our en Lesse met hun beider gelijknamige rivier in Redu, bekend om zijn boeken en Europese ruimtevaart. Het is er druk, talloze boekwinkels inderdaad, nog meer toeristen en navenante prijzen in de café’s. De locale specialiteit, L’Ampounette de Redu, een frambozenbier van 7%, laat ik voor wat het is. Het plenst en dan heb ik meer behoefte aan een stevig bier zoals een Chimay tripel. Via Séchery kom ik in Daverdisse, de locale uitvoering van Wassenaar zo lijkt het. Grote huizen, brede en lange oprijlanen, een tuinman aan het werk. Hier wacht me een onaangename verrassing : want vanaf hier is het nog eens 10 km lopen naar Wellin en eigenlijk heb ik genoeg gelopen, zo laten m’n licht protesterende voeten weten. Als het bordje Wellin opduikt, komt er, raar hè, weer wat energie terug. En zoals beloofd vind ik tegenover de Colruyt m’n chambre d’hôtes “Les Terrasses”, een statig herenhuis. Eerst even naar de bank voor wat baar geld. Op de stoep voor de Fortis, het kan treffen, zijn twee dames bezig met de voorbereidingen in hun mobiel frietkot, aardappels schillen, vet op temperatuur brengen, terwijl aan de overkant van het plein een vaste friettent en “La truite argent” om de lekkere en snelle honger strijden.
Bij het herenhuis wordt er opengedaan door een alleraardigste meneer : hij praat met alle plezier Nederlands voor me, dank u wel, heet André en gaat me voor op een imposante kraaktrap. Ook het huis maakt een belegen indruk : het ruikt oud en alle spullen staan, zo lijkt het, al 10-tallen jaren onaangeroerd op dezelfde plaats. Een levend monument. Terwijl mijn van zweet doordrenkte kleren op een hanger uitwasemen, schrijd ik via de statige trap naar beneden, alwaar een Rochefort 6 op me wacht. André nipt aan een port en vertelt over zijn familie, zijn kinderen en kleinkinderen, over z’n talrijke vrienden, de vele gasten die hij en z’n vrouw jaarlijks herbergen èn over zijn hartproblemen. Hij moet het rustiger aan doen van de dokter en mede daarom staat hun huis inmiddels te koop. De twee eerder genoemde dames weten nog wat frieten maken is : zelf snijden, voorbakken en dàn afbakken. Als een goed op elkaar ingespeeld duo helpen ze hun klanten aan een snelle hap, daarbij ook nog eens geduldig luisterend naar een vrouw die ononderbroken doorratelt. Op tijd “Zo ?” en “Och“ zeggen èn van eten voorzien, eigenlijk zijn ze sociaal werkster. Knap !
Terug in mijn chambre d’hôtes gaan m’n gastheer en z’n vrouw een film kijken. Als ik wat nodig heb, moet ik maar op de deur kloppen. Maar als ik na enige tijd zin krijg in een stevige 10, en ik bons na wat eerdere, rustige pogingen met een kracht van 10 op de schaal van Richter op de deur, volgt er geen reactie. Bij de andere deur aangekomen blijkt waarom. De tv staat keihard waardoor er niets van buiten naar binnen doordringt. Als ik de deur open, kijken de twee lieve en verbaasde oudjes me geschrokken aan. Met de 10 achter m’n kiezen en ruim de benen, kies ik voor het ruime sop.
Maandag 21 mei
Als ik ’s morgens beneden kom, word ik hartelijk ontvangen door André, nog in pyjama gekleed en met een spatel in de aanslag voor een heerlijke roerei met ham, van eigen kippen, de eieren dus. Tijdens het ontbijt hebben we een prettig gesprek over de dingen van het leven : zijn leeftijd, nu 70 jaar, hoe snel dit is gegaan met wederom het dringende advies “Carpe diem” en de eerder genoemde problemen met z’n hart, ook na enkele operaties. We nemen afscheid.
Net buiten het dorp, het stokbrood van de locale bakker als een totem aan de zijkant van de rugzak, mag de regenbroek weer aan, terwijl links en rechts van me jonge koeien me schaapachtig aankijken.
Na de plaats Chanly, vind ik de Lesse weer aan mijn rechterzijde en breekt het wolkendek, m’n vrind de zon en even later loop ik als een volleerd profeet over het water van de Lesse Han binnen, met, ok, wat hulp van een brug. Heel lang geleden was ik hier met Pa Lavrijssen en Jos, na een memorabele tocht vanuit Houyet en vorig jaar waren Pa Lavrijssen en ik hier weer, tijdens een rondrit. Het café waarin we op deze beide momenten een, wellicht meerdere, glazen hebben geheven, is helaas nog dicht en dus zet ik me neder bij de buurman. De Rochefort 8 glijdt als vanouds naar binnen.

De kilometers naar de gelijknamige stad zijn fraai : een klaterend beekje door een zondoorstraald loofbos, terwijl op een open plek de fris zwart-oranje Atalanta aan het zonnebaden is. Via Rochefort loop ik de laatste kilometers tot de abdij. Mijn schoenen dampen en mijn voeten zijn aan rust toe. Maar bij de Porterie, de met Bernard Lezaire afgesproken ontmoetingsplaats, vind ik niemand en ook na enig “belletje lellen” aan een nog echte trekbel gaan er geen poorten open. Dan valt m’n oog op een schrijven achter het venster : het meldt dat de Porterie tot 17:00 bemand is. Het is 17:15…
Vanuit de kerk klinkt wel leven en wel gezang : het Vespers is nu bezig, dus de paters zullen me na deze avonddienst wel binnen laten, zo is mijn naïef positieve gedachte. Terwijl ik wacht op wat komen gaat, parkeert er een auto, waar een monnik uitstapt. “Hé, ik ken hem !” flitst er door me heen. Hij aanhoort m’n verhaal, vertelt dat Bernard rond 17:00 is vertrokken, opent de imposante poort en brengt me naar binnen. Ik heb een wonderlijk en avontuurlijk gevoel over me alsof ik in een schatkamer terecht ben gekomen, blij èn trots dat me dit gelukt is. Ik word naar de eetzaal gebracht, een toonbeeld van rust en ruimte : witte wanden, simpele modellen tafel en stoel, geen frutsels, en, gedekt voor twee. Frère Grégor zal zich later over me ontfermen. Dan verschijnt m’n disgenoot, Bruno. Hij is student en bereidt zich hier voor op examen. Anderhalve week achter anderhalve meter boeken, geen tv, geen internet, geen vriendin of vrienden. Alleen met jezelf.
De maaltijd, lasagne, brood en boter, en een Rochefort 6 als refterbier. Het smaakt me prima en na de verplichte, gezellige, gezamenlijke afwas verschijnt Frère Grégor ten tonele, een opvallend jonge, voor hier althans, neger met een onderzoekende blik. Hij brengt me naar m’n kamer. Deze is sober en strak : een gewelfd plafond, ondersteund door machtige bielzen, een wederom simpele tafel en stoel en een mooie planken vloer. Een halfhoge muur, met fraaie indirecte verlichting, scheidt het bed en de wastafel. Perfect.
Er is uitzicht op het binnenplein en door de glas-in-lood ramen van de brouwerij aan de overkant, glimt het roodkoper van de brouwketels me uitdagend tegemoet. Zou dit heilige der heiligen nog wat voor me in petto hebben ? Na een douche schrijf ik wat. Buiten spelen de zwaluwen tikkertje in de avondzon. Ik voel me dankbaar en voldaan. (wordt vervolgd !)
Tekst en foto’s : George Nelis
Orval Ambassadeur sinds 2002 is La Forgerie in St. Cécile (Gaume) een klassieker. Lionel en Lydia runnen dit cafe annex restaurantje op het dorpspleintje van St. Cécile, op een steenworp van Florenville en Orval.

La Forgerie St. Cécile
Lekker eten is er steeds bij in La Forgerie. De gemarineerde steak en spek met eieren staan voor eeuwig in ons culinair geheugen gegrift ! Maar hier ga je speciaal voor de Orval Trappist. Lionel heeft zowat alle jaargangen in zijn kelder. Plezant detail is dat die kelder niet onder het café is maar een paar blokjes om aan de andere kant van het dorp. Wanneer je hier dus een “vieux Orval temperé” besteld gaat Lionel op stap om een paar flesjes op te halen … Het ontlokte bij onze vrienden de woorden “… de beste Orval die we al gedronken hebben …”
In de zomer op het pittoreske terras onder de linden en in de winter bij de open haard … La Forgerie kan ons steeds bekoren !

Orval bij de open haard in La Forgerie
La Forgerie
Place du Centenaire 3
6820 Saint Cécile
Tekst en fotos : Danny Van Tricht
George Nelis heeft de nobele gedachte opgevat om zijn Tour des Trappistes te voet af te leggen. In 2-wekelijkse bijdragen vertelt hij zijn pelgrimstocht. Hier deel 3 !
Tour des Trappistes deel 3 : van Orval naar Rochefort
Vrijdag 18 mei
Het was inderdaad af en toe wat frisjes, met een koude neus als stille getuige. De wandeling begint weer met de rivier als trouwe compaan, maar al snel verschillen de rood-witte tekens en de gids en kom ik na een boswandeling in Dohan uit, terwijl dit volgens de gids enkele kilometers buiten de route ligt. Maar bij twijfel volg ik gewoon de tekens. Wat me aan mezelf opvalt en misschien ook wel tegenvalt, is m’n kracht. En ook kennen m’n voeten inmiddels enkele pijnlijke plekjes. Rust ik wel genoeg ? Loop ik te ver ?Net op het moment dat ik Bouillon binnen denk te lopen, kom ik voor de tweede keer een paar Vlaamse wandelaars tegen. Zij gaan ook naar Bouillon en lopen precies de andere kant op… Met behulp van hun gids, gezond verstand en meerdere eigenlijk matig aangegeven routes, komen we dit toeristisch epicentrum binnen : het ronkt van de motoren, dagjesmensen bevolken de trottoirs en de terrassen en een rondrit-treintje waarin je nog niet dood gevonden wil worden, perst zich door de nauwe straten. Als ik een Orval tempéré bestel, kijken ze me wazig aan. Dit alles onder het wakende oog van het imposante fort, daar waar we lang geleden nog eens een kruissamentrekkende tentoonstelling hebben gezien over martelwerktuigen uit de middeleeuwen. Enkele lieden waren al net zo fijnbesnaard als nu.

Na een tunnel onder het fort door, voegt de GR14 zich bij de GRAE, gelukkig goed aangegeven. Bij het uitzichtpunt van Auclin, die een wijds panorama biedt over Bouillon en de omliggende gemeenten, scheiden de beide paden weer. Nog enkele kilometers te gaan naar m’n volgende onderdak, Sensenruth, een plaatsnaam die me Duits aandoet. In “Au passé simple” is alles op orde, de mevrouw, Monika, hippe bril, spreekt geen Nederlands, maar de mannelijke helft van een jong koppel, 18 jaar, durft. En zo ontspint zich een grappig gesprek in deels Frans, deels Nederlands over zaken als Vlaanderen – Wallonië, sport, en het culinaire van Nederland (hmm, veel verder dan erwtensoep, roggebrood en hagelslag kom ik niet) terwijl heerlijkheden als rog, varkenskotelet met een huidje van kaas en ui, witloof, appeltaart met ijs, geflambeerd met calvados voorgezet worden. Ik vraag nog een Orval, die ik op m’n kamer, gezeten onder een intrigerend schilderij, opdrink. Contouren van 2 vrouwenogen, haar neus en mond in zwart, de rest knalrood. Een uitdagende blik.

Zaterdag 19 mei
Een zalig ontbijt met eigen confitures, vooral die met abrikozen is rijk gevuld, en broodjes voor onderweg. Als ik naar boven loop om m’n spullen te pakken, valt m’n oog op het visitekaartje van de brouwerij van Bouillon. Wat blijkt namelijk ?! Deze is, de here begeleidt mij op m’n pad, alhier in Sensenruth gehuisvest ! Door almaar ontbrekende pinautomaten, zit ik wat krap in m’n baar geld. Als ik dit voorleg aan mijn gastvrouwe, zegt ze “Oh, geen probleem, dan betaal je toch gewoon als je terug bent in Nederland !”. Vertrouwen. De brouwerij, tactisch gelegen aan de doorgaande weg, is net open. Een aardige mevrouw brengt alles in gereedheid voor de groepen die vandaag komen gaan, want daar lijkt deze brouwerij op ingericht : groepen die met de bus een tour maken, beginnen met een (licht) bier, dan de rondleiding, nog een bier, een voedzame maaltijd met begeleidende bieren, en dan licht aangeschoten met een pakket bier onder de armen terug de bus is, op naar de volgende brouwerij. Terwijl de RVS-brouwinstallatie staat te glimmen, schenkt ze mij het Kerstbier in. Het is tenslotte ook vandaag weer feest ! Nadat ik in het locale schattige XIIe eeuwse kerkje een kaars heb aangestoken, deze keer voor Joni, die in een examendip zit, verlaat ik Sensenruth. Het is droog en de bossen wachten. Naaldbossen, bedoeld voor productie en als voor een appèl kaarsrecht achter en naast elkaar opgesteld, worden afgewisseld met imposante beukenbossen : dé ideale plaats voor massale “Did you hug your tree today ?”-workshops.Via een matig aangegeven route kom ik in het dorp Mogimont : weer zo’n dorp met nauwelijks leven op straat en waarvan veel huizen zichtbaar leeg staan. Hoe ziet dit dorp er over 10 jaar uit ? Via een cadans “stuk bos – steek doorgaande weg over” loop ik via Carlsbourg naar Naomé, mijn volgende verblijfplaats. In het bos hoor ik vreemde geluiden : korte stotende schreeuwen die snel achter elkaar herhaald worden ?! Wat zou dit zijn ? M’n gedachten slalommen tussen een feestje en een hondenclub. Als ik dichterbij kom, aanschouw ik een mooi ambachtelijk tafereel : stoere briesende paarden trekken behendig de gekapte boomstammen tussen de bomen door en middels een subtiel samenspel met de menners, een paar jongens van nog geen 20 jaar, worden de stammen keurig op een stapel gesleept. Een prachtig voorbeeld van de samengevoegde kwaliteiten van mens en dier.

Dan Naomé, een boerendorp met de typische grote linde in het centrum, compleet met monument voor de gevallenen in ’14 – ’18 en ’40 – ’45. En weer, massale leegstand. Een aardige vrouw doet open bij “La ferme du grande fréne”. Ze heet me, in het Nederlands, een hartelijk welkom en leidt me door hun knus ingerichte boerderij. Mijn kamer is een echte boerenkamer : planken vloer, een groot ouderwets 2-persoons-bed en een stoer balkenplafond. De sfeer beneden is al net zo gezellig : een knoert van ’n openhaard, zo een waar je ’n halve boomstam in een keer in laat verdwijnen en stoelen waar je heerlijk in wegzakt. De vraag of ik een eigen bier lust, betekent de zoveelste verwondering : om de streek wat meer bekendheid te geven, hebben ze bij Bios in Ertvelde een 2tal bieren laten brouwen, met de toepasselijke naam Bièvre. Er is de blonde van 6½ % en de bruine van 8½ %. Dat beide etiketten 6½ % vermelden “is voor de belasting”. De blonde smaakt, de open haard knettert, alleen de hoofdkaas met tranentrekkende mosterd, lief bedoeld als hapje erbij, laat ik voor wat het is. Er voegen zich twee koppels bij me, waarvan een met een chihuahua, mét, een pond overgewicht, waarbij weinig lijkt te helpen. Mijn vraag of een liposuctie iets zou zijn, slik ik net op tijd in. Voor het eten voeg ik me bij het hondenloze koppel, prettig gezelschap. Het andere koppel blijven onbekenden voor me, in zoverre dat zij de “Ollanders” wel erg direct vindt en “dat is nooit meer goed gekomen”. Het eten is weer feest : meloen met, hoe kan het hier anders, Ardennerham, zalige forel en crème brulée na. (wordt vervolgd !)

Tekst en foto’s : George Nelis
Toevallig via een vriend een paar erg oude en nog volle flesjes Orval op de kop getikt. En dan kan ik mijn gezonde nieuwsgierigheid moeilijk onder controle houden en ga ik op speurtocht naar de ouderdom. En aan wie kan ik het beter vragen dan aan Mr. de Harenne, commercieel directeur van de Brasserie d’Orval ?
Dit is zijn antwoord :
Beste Danny,
Sedert 1983 erkent U onze etiketten door wat ik hun « armen » noem. Vroeger waren de etiketten van Orval ruitvormig zonder meer. De “armen” werden in 1982-83 met de aankomst van een nieuwe bottelinginstallatie voorzien om plaats te geven aan verschillende noodzakelijke of verplichte vermeldingen (alcoholgehalte, houdbaarheidsdatum, barcode…). Sinds dat moment kon U een datum lezen : 120590 meende dat het bier “ten minste houdbaar was tot” 12 mei 1990, m.a.w. dat het gebotteld was op 12 mei 1985. Met de nieuwe etiketteringuitrusting van 2002 drukken wij twee data : dag van botteling en “best before day”.
Vroeger bestond er geen mogelijkheid om op de etiketten de dag van het bottelen een stempel te drukken.
Vóór 1983 voorzag zich de brouwerij jaar na jaar met voorgedrukte etiketten, die twee reeksen cijfers droegen : Romeinse cijfers aan de ene kant en Arabische cijfers aan de andere kant. Het labo hield een register bij van het bottelen. In de bottelarij gebruikten zij een etiket per dag en met de hulp van het register, konden zij in het labo na het lezen van een etiket de bottelingdatum terugvinden. Het was niet leesbaar voor degenen die geen toegang hadden tot het register.
Van jaar tot jaar hadden zij de Romeinse cijfers links en de Arabische cijfers rechts en omgekeerd.
Met vriendelijke groeten.
François de Harenne
De 25 jaar oude Orval wordt hier binnenkort aan een nader onderzoek onderworpen door select gezelschap … voor de wetenschap durven we ons nog wel eens opofferen ! Een verslag van deze proeverij zal je hier zeker kunnen lezen !
Foto’s : Danny Van Tricht
Tekst : Mr. de Harenne Brasserie d’Orval
George Nelis heeft de nobele gedachte opgevat om zijn Tour des Trappistes te voet af te leggen. In 2-wekelijkse bijdragen vertelt hij zijn pelgrimstocht. Na de inleiding nu deel 1 opgedragen aan George’s schoonvader, overleden op 2 februari jongstleden.
Tour des Trappistes deel I : van Orval naar Rochefort
Maandag 14 mei
Frisgroen en –geel schiet het door de regen van de afgelopen dagen opgefleurde landschap aan mij voorbij. Scholieren bevolken de trein, en het iPodgehalte is ongeveer zo hoog als het aantal achtergelaten halfgelezen Metro-kranten.
Het doel van mijn reis is het wandelen van Orval naar Rochefort, als eerste deel van mijn “Tour des Trappistes”, waarbij ik lopend alle brouwende Trappistenkloosters in België en Nederland wil verbinden.Ik vind het allemaal erg spannend, ik ben benieuwd hoe het zal “lopen” en nieuwsgierig naar wat het mij zal bieden. Zal het bijdragen aan mijn vergevend vermogen, mijn motto van dit jaar ? Dit lukt me steeds beter, en de keren dat dit nog niet het geval is, het zij me vergeven.
Van het knusse stationnetje Florenville, loop ik naar het centrum. En gezeten aan het Albert de Eersteplein, geniet ik van mijn eerste Orval. Al kijkend op het etiket, valt mijn oog op de tekst “Contient malt et d’orge”. Zou het toeval zijn dat het woord “orge” deel uitmaakt van mijn voornaam ? Ben ik voor het bier geboren ?

Abbaye Notre Dame d'Orval

Carpe Diem
Lopend naar Orval zie ik “1 jour de sentier = 8 jours de santé. Carpe diem” op een muur staan. Nou, dan kan ik er na mijn wandeling weer voor weken tegen. Al snel kom ik in m’n geliefde natte bossen : een kabbelende beek aan m’n linkerzij, de ruisseau de Williers, weelderig loof, vrijende blauwzwarte kevers, het gekwetter van vogels. Dit is voor mij de hemel op aarde, carpe diem in de juiste zin van het woord.

Rust in de abdij van Orval
In de hôtellerie van de abdij staat een alleraardigste mevrouw me in half Frans, half Nederlands te woord. Met een vers gesteven lakenpakket brengt ze me via een labyrint van gangen en trappen naar mijn kamer. Deze is basic, mijn stijl. Een bed, beetje model ziekenhuis, tegels op de vloer en tegen de wand, een tafel met antieke designlamp, een stoel en een wastafel met koud water. Alle maaltijden, met uitzondering van het ontbijt, beginnen op een vaste tijd, het is nu tijd voor de avondmaaltijd en dus zoek ik de eetzaal op. Een sober ingerichte eetzaal, borden en bestek, ’n glas en ja hoor, daar staat’ie ! De etiketloze Orval vert, het speciaal voor intern gebruik gebrouwen zusje van de bekende Orval : minder alcohol, zo’n procent of 3, maar door z’n mooie hopbitterheid toch volmondig. De maaltijden dienen in stilte genoten te worden, en als Frère Bernard, die me bij de ingang van de eetzaal verwelkomde met de vraag : “Monsieur Nelis ?”, nogmaals langskomt met een halfvolle schaal ravioli, kijkt hij me guitig aan en maakt een armgebaar met de strekking : “Je bent nog jong en je moet goed eten !”. Zalig, die blik !
Na het eten zet ik me achter de antieke designlamp en mijmer en beschrijf ik de dag van vandaag. Buiten plenst het. Na een verkwikkende lauwe douche schuif ik onder de gesteven lakens. Ze voelen fris en zacht aan, net als de mensen en het klooster.

Abdij van Orval
Dinsdag 15 mei
Goddelijk geslapen. Tja, wat wil je in een klooster ?! Ik begin met de ochtendmis van 7 uur. De vroege van 4 uur is dan al uren geleden. Ondanks de imposante omvang van de basiliek is deze met 10 met name zingende monniken en zo’n 30 gasten redelijk gevuld. Van het Frans versta ik weinig, maar de woorden die ik af en toe kan plaatsen, brengen herinneringen uit m’n prille jeugd naar boven : de Theresiakerk en met name het naar de kerk moeten. En nu ? Nu ga ik uit vrije wil. Het elkaar net voor de communie vrede wensen vind ik ontroerend : al die lieve doorleefde lachende gezichten die elkaar gemeend een hand geven, even slikken.Dezelfde handen zie ik even later trillend de koffie-automaat bedienen, niet precies wetend hoe deze werkt. Terwijl het toch in mijn beperkte ogen een kwestie is van ’n knop 1 keer indrukken. Mijn tijd komt nog … Na het gezamenlijk afruimen maak ik wat mooie foto’s. Bijvoorbeeld van de fontein waarin volgens de overlevering gravin Mathilde haar trouwring verloor, welke, na gebeden te hebben in een nabijgelegen kapel, door een forel teruggegeven werd. Hierop riep de gravin dat het een waar “Val d’or” was, een gouden dal. Vandaar Orval.

Orval Mathilde bron
Overigens ligt er nú in deze fontein voldoende muntgeld voor nog zo’n ring. Ook het middageten gaat vergezeld van een heilige 3-1-heid : bier, brood en kaas. En eigenlijk dient het enige probleem van mijn verblijf in Orval zich aan tijdens het afruimen : die halfvolle flessen Orval. Hoe zet je die nu met voldoende gevoel voor piëteit aan je mond ?Na een mooie wandeling, schaduwrijke bospaden, groene korenvelden, de uitvinders van de wave, en verstilde dorpen als Villers-devant-Orval, beloon ik me voor het goede doorlopen, je moet iets verzinnen, met een “echte” Orval, die met gesloten ogen naar binnen tintelt. Mijn gevoel vraagt om “Nog een !”, mijn verstand zegt gedecideerd “Neen”, want ik wil enigszins nuchter aan tafel verschijnen en de foto van broeder Bernard maak ik graag bij mijn volle verstand.

Leeg !
Terwijl hij het avondeten ronddeelt, wenkt Frère Bernard me met een voor mij herkenbare blik, zo van, “Maak jij maar je foto’s”. Lief. Aldus worden hij en zijn broeder-broeder, die wat strakker-in-de-leer overkomt, vereeuwigd. Recht voor me pakt een boven alles en iedereen uitrijzende man het slim aan : zowel zijn vrouw, li- van hem, als zijn buurvrouw, re-, laten hun bier wel openen, maar schuiven deze bijna heimelijk naar hem door. Hij lacht schalks, en geniet vervolgens met volle teugen. Mm, slim. Beetje jaloers, Nelis ? (wordt vervolgd)
Ter nagedachtenis van mijn schoonvader Jan zaliger.
Tekst : George Nelis
Fotos : George Nelis en Danny Van Tricht
Chassepierre, ik denk niet dat er één gemeente of stad is die per vierkante meter een even grote concentratie Orval Ambassadeurs heeft : op amper 50 meter van elkaar zijn er drie ! De 400 inwoners van dit Gaumese kunstenaarsdorpje hebben dan ook geen reden tot klagen ! Chassepierre, gedropt aan de Semois, wordt op de kaart gezet door het jaarlijkse “Fete des Artistes” in de maand augustus.

Le Relais Chassepierre

Cercle St. Martin Chassepierre
Voor ons is dit al jaren de uitvalsbasis als we de Gaume en Orval bezoeken. Florenville is binnen wandelafstand en de gouden vallei van Orval is amper een paar stappen verder. Logeren doen we dan bij Eliane & Luc die het stemmige restaurant en hotelletje “La Vieille Ferme” runnen. Eenvoudige maar op alle elementaire behoefte voorziene kamers met ontbijt voor 30 euro per persoon, daar moet je het dus niet voor laten. Elke kamer heeft een eigen douche en WC aan boord.
La Vieille Ferme is al Orval Ambassadeur sinds 2002, de gerechten in het restaurant zijn dan ook dikwijls bereid met Orval Trappist of kaas. Vergezeld van een Orval “temperé” of “frais” worden hier de meest lekkere culinaire creaties op het bord getoverd.

Culinaire lekkernijen
La Vielle Ferme
Rue de Warlomont 12
6824 Chassepierre
Tekst en fotos : Danny Van Tricht