3 reacties

Proeverij extreem oude Trappistbieren

24 april 2009 de Goede Vrijdag, Herselt

Een uitnodiging van ‘Trappistbier Beleven’

01

Als je zo een beetje rondstruint in de bierwereld krijg je op den duur wel wekelijks enkele uitnodigingen in de bus om her en der bier te gaan proeven. Wekelijks kan je, maar dat wist u al, honderden kilometers afleggen om nieuwe, exceptionele, unieke en andere bieren te gaan proeven. De enkele festivalletjes van jaren geleden zijn er ondertussen tientallen geworden.

Van oudsher bezochten we niet zoveel festivals. We hebben de neiging graag te drinken en dan te blijven hangen, en beide zijn een slechte combinatie voor zowel openbaar als privévervoer. Maar nu en dan trekt er toch een uitnodiging de aandacht, en achteraf bedenken we dan wel eens dat we ze beter niet lazen. Niet dat ’t slecht was er op in te gaan, wel integendeel, maar omdat we weten dat we eigenlijk voor het lezen al beslist hebben van er op in te gaan. Dat kan natuurlijk van de titel afhangen, maar evenzeer van de gastheer. Enfin, dit alles om maar te zeggen dat een uitnodiging van www.trappistbierbeleven.be voor ons een openstaande val is. (Maar dan in de positieve zin, natuurlijk!)

We leerden Danny Van Tricht enkele jaren geleden in het gezelschap van o.m. Chuck Cook kennen bij een bezoek aan Rochefort. U weet wel, één van die brouwerijen waar je absoluut niet binnen geraakt. Danny is de spreekwoordelijke uitzondering die de regel stelt. Het spreekt dan ook voor zich dat een uitnodiging voor een proeverij die door Danny op ’t getouw gezet wordt, hoge verwachtingen oproept. Of we dus zo goed wilden zijn in klein gezelschap het vege lijf naar Herselt te reppen om er extreem oude trappisten te proeven ? Zonder twijfel, Danny, en we brengen zelf ook wat lekkers mee!

Oude bekenden en nieuwe gezichten. Eén van die dingen die maken dat de bierliefhebberij blijft boeien is zonder twijfel het sociaal aspect. Ooit lazen we de spreuk die we tot onze ludieke slagzin maakten: “ ‘tPier en is voor de ghansen niet gemaect!” Het bier is er inderdaad door en voor mensen, en niets heerlijker dan met mensen keuvelen met en over een biertje. Ook zo de genodigden van Danny, deze avond, een heterogeen gezelschap van jong naar iets minder jong, van dame tot heer, van brouwer over uitgesproken liefhebber tot levensgenieters en gelegenheidsproevers. Is er een mooier schaar mogelijk om de oude heerlijkheden van onze trappistenpaters door ruiken en proeven en snuffelen en smakken om te zetten in woorden ? Zo troffen we, naast Danny en ondergetekende, Chuck Cook, Amerikaans bierjournalist die zich de laatste jaren eerder ontpopt als brouwerijreiziger. Chuck bezocht zo maar eventjes 91 van onze brouwerijen, en tegen dat hij volgende week terug naar huis vliegt, heeft hij weer enkele trofeeën extra. Carine,Danny, Guy en Isabelle vertegenwoordigden de ‘culinaire bierliefhebber-levensgenieter-blij met lekkers’- zijde van ons proefpanel. Aan de andere kant vonden we Steven Lintermans, uitgelezen bierliefhebber, André Van Gansen , sinds 25 jaar hobbybrouwer, en Jef Goetelen, welbekend Hofbrouwer. (Te zeggen, niet van Laken, natuurlijk!). We rekenen onszelf zeer bewust als een gulden middenweg tussen de twee groepen, enerzijds omdat we meteen opgevorderd werden tot het schrijven van de notulen van deze ‘tonzitting’, anderzijds omdat gemeenlijk bekend is dat bij het proeven van allerlei lekkers het bourgondisch deel van onze herseninhoud meermaals de overhand haalt op het objectief en sensorisch analiserende. Vandaar ook het eerder genoemde ‘blijven plakken’. Het was dan ook niet zonder bijbedoeling dat ik me naast Jef de Hofbrouwer installeerde.

groep1

Tussen proeven en ruiken, de oren gespitst !

Het gamma

In tegenstelling tot de bekende De Gamma, dewelke ons spijtig genoeg voor deze vermelding niet sponsort, willen we hier nadrukkelijk Het Gamma bespreken, met hoofdletter geschreven vanwege de door allen geprezen magistraliteit van de inhoud. Zoals de uitnodiging ons terecht deed vermoeden was het meteen raak: oudste te proeven bier: omstreeks 1980, jongste: omstreeks 2001! Sta ons toe nadrukkelijk te stellen dat door de jaren heen een eerder voorzichtige benadering van ‘oude bieren’ ons deel is geworden. Alhoewel meermaals zeer interessant moet men durven stellen dat de grote meerderheid van de bieren niet gemaakt is om decennia te overspannen. Op uitzonderingen na denken we dat vier- vijf jaar voor een beperkt aantal uitmuntende bieren meer dan genoeg is. Daarna volgt onherroepelijk oxydatie en afbraak, en hoe dan ook, dat was en is nooit de bedoeling van de brouwer geweest. Ondanks deze bijbedenking, die door een aantal liefhebbers allicht gecontesteerd zal worden – het weze hun goed recht – is ondergetekende steeds graag bereid de lippen aan zo’n glaasje antiek te zetten, al is het maar omdat een aantal typische aroma’s en smaken nu eenmaal niet in jongere bieren terug te vinden zijn.

We proefden Westmalle Dubbel en Tripel, Sixtus (Watou), Sixtus Westvleteren 12, Blauwe Chimay, Petit Orval en Orval en , buiten categorie, La Trappe.

image00441De proeverij

We zijn ons bewust van onze technische beperkingen op het vlak van proeven. Het is en blijft een leerproces waarbij ondergetekende ook nu weer moet toegeven nog veel te leren te hebben. Om goed te zijn zouden we dus nog eens moeten samenkomen om de verschillende notities tegen elkaar af te wegen om een omvattende analyse te maken.We laten natuurlijk graag aan de gastheer het voorrecht om dit in overleg met de andere aanwezigen alsnog te doen. Bij het schrijven van dit ‘verslag’ moeten we dus beroep doen op onze eigen gefractioneerde waarnemingen en beogen verre van de absolute juistheid neer te schrijven. Hierbij toch een poging waarbij, zoals zelfs de niet – oplettende lezer zal kunnen vaststellen, we soms toch echte verwondering niet konden onderdrukken! Gelieve, goede lezer, lieve lezeres, nota te nemen van het feit dat omwille van diverse redenen de gebruikte jaartallen soms benaderend zijn, en dat de conditionering verliep van 33cl tot 75 cl. Over het schuim hebben we het meestal niet, omdat het weg was voor dat het glas ons bereikte. Trek daar dus niet de conclusie uit dat er geen was, maar minstens dat het snel inzakte en meestal zonder sporen na te laten. Ook de koolzuurverzadiging laten we verder onbesproken, doorgaans was ze zwak tot helemaal onbestaande. Tot slot zijn onze zintuigen niet anders dan van de meeste mensen, en beginnen ze na vijf – zes bieren duidelijke tekenen van vermoeidheid te tonen. U zal het aan de bespreking kunnen merken wanneer ze in het later verloop van de proeverij toch nog wakker geschud werden. Daarenboven, maar dat hoeft geen nadeel te zijn, kenden we natuurlijk ook de voorgeschiedenis van de meeste bieren niet, meestal vondelingskes uit diepe stille kelderkrochten…

Petit Orval 1983

De Petit Orval is het bier dat de paters voor zichzelf brouwen. Enkele bakken geraakten ter abdij in de vergetelheid en werden leeggegoten, Redder Danny kon er (gelukkig) enkele veilig stellen. We vonden onmiddellijk een oude bekende zowel in aroma als deels in de smaak: wat stof en nat karton.Ergens vingen we een streepje groene appel ,maar waar iedereen het over eens was: droog,droog,droog. Een tikje zurigheid maar niet de zuurte van ‘slecht’ bier, maar van de restwerking van Frank Boons’ hartedief: de Brettanomyces. Het was ook Frank Boon die ons toen vertelde dat er in Orval een belangrijke rol is weggelegd voor de wilde Brettanomyces gist. En dat die langzaam maar zeker zijn werk voortzet en niet stopt voordat hij alle suikers tot de zijne gemaakt heeft. Een uitgesproken lambiktoets was vanaf het openen van de flessen ons deel: ronduit schitterend! Bij verdere opwarming staken dan uiteraard een aantal mindere aroma’s de kop op, maar dat kon de verwondering al niet meer dempen!

orval83

Orval 2003

Duidelijk nog Orval met de bekende hoppigheid. In de geur dachten we banaan en peer terug te vinden en tevens al wat nat karton. Duidelijk aan zijn overgang bezig, deze Orval. Bitter speelde hier nog steeds de hoofdrol, maar ietwat zuurte kwam ontegensprekelijk al opzetten?

Orval 1983

Quasi onmiddellijk naast de vorige geplaatst om toch iets van vergelijking te kunnen maken. Het zurige aspect overheerste de bitterheid en ging eerder naar wrangheid en adstringentie. Nochtans niet direct onaangenaam. In tegenstelling tot onze eerste was dit bier aan oxydatie onderhevig.

orval83_1

Westmalle dubbel 1980

Porto! Ietwat afkerig tegen de smaak van porto sinds het onoordeelkundig nuttigen van een op een studentenbal gewonnen fles, herontdekten we deze smaak jaren later en bezadigder als merkwaardig fenomeen van tal van ‘mooi’ verouderde donkere bieren. Dit was hier zeker het geval. Naast het onvermijdelijke stof toch nog heel proefbaar zoetig-bitter met cacao en caramel en/of zoethout.

westmalle81

westmalle801

Sixtus Prior 1989

Nog gebrouwen door St.Bernardus in Watou was dit toch ook één van de zeer interessante bieren van de avond. Behoorlijk complex (nog steeds), want ook hier portorisatie, maar met misschien wat minder aangename toetsen zoals een salamigeur bij het walsen en na opwarming wat verbrande rubber. In de smaak moutig en bitterzoet met een langere nabitter. Hoe dan ook geoxydeerd maar verrassend en niet (geheel) onaangenaam.

Blauwe Chimay 1988 Grand Réserve (75cl)

Ook deze ‘Blauwe’ had (uiteraard) wat van oxydatie te lijden. Tevens had de kurk zijn smaakje nagelaten. Toch viel ons hier onmiddellijk ook de portosmaak en vooral de alcoholwarmte op, die er allicht mee voor zorgde dat de zoetig – bitterige smaak lang uitliep.

Westmalle Tripel 1980

Vooreest mag opgemerkt worden dat onze gastheer in deze lading het originele prijsetiketje terugvond. 27,50 Fr. Voor een bak van dit allerheerlijkste vocht, anno 1980 ! En of dat de tijden toen beter waren! Spijtig genoeg waren voor dit bier de tijden ook niet meer wat ze geweest zijn. Nadrukkelijk nat karton en stof met een eerder wrange smaak. Wel opvallend was de kleurverandering van eerder strogeel naar goudgeel of geel koper, bijna op het ambere af, zo u wil.

Westmalle Tripel 1988

Nadrukkelijk geoxydeerd, maar in tegenstelling tot zijn oudere confrater duidelijk alcohol warm en romiger-zoetiger van indruk. Ook hier weer de kleur veel donkerder geel als oorspronkelijk, maar, zoals alle voorgangers trouwens, verrassend helder!

Sixtus Westvleteren 12 2001

Hoewel de jongste telg van ons gamma, had deze Westvleteren al duidelijk ouderdomskwaaltjes. Naast een voor de hand liggende oxydatie toch nog moutig en zoet-bitter. Hier wel opvallend diacetyl in de neus vooral met een geur van karnemelk. Van de geproefde bieren was dit de enige die met een redelijke schuimkraag tot bij ons geraakte.

Sixtus Westvleteren 12 1990

Zonder twijfel een openbaring. Mondgevoel troef! Naast papier en karton ook hier een rubberachtige gewaarwording in de geur. Maar de smaak, mensen, mensen! Met dit bier krijg je een Mount Everestbeklimmer terug opgewarmd! Onwaarschijnlijke alcoholwarmte gepaard met een moutige zoetigheid die ons eerder aan siroop deed denken dan aan bier. Van oxydatie geen sprake, maar daarentegen een prachtige portorisatie. Als ‘uitsmijter’ kon dit tellen, maar of je nu je bak Westvleteren twintig jaar moet laten staan om dit te bereiken is dan natuurlijk weer zeer de vraag. Al bij al waren de proevers het er zonder onderscheid over eens dat deze proeverij zonder meer indrukwekend was. Eens te meer viel ook op dat de meeste van deze bieren zeer snel een vol gevoel geven en dat je zonder twijfel een flesje door drie kan delen, anders wordt het echt puffen.

westvleteren921

“Buiten competitie”

Wie had gehoopt al naar huis te kunnen zat er grondig naast. Niet dat iemand ook maar op ’t idee zou gekomen zijn. Danny had immers aangekondigd nog enkele ‘speciallekes’ op ’t programma te hebben.

Stoofbier 8 en 12 Sixtus Westvleteren.

Stoofbier is het laatste dat bij het afvullen in de tanks blijft zitten. Uniek omwille van het feit dat het niet te koop is. Uniek omwille van het feit dat het wel eens meegegeven wordt aan mensen uit de streek om ‘stoverij’ mee te maken. (Vandaar ook de naam) Uniek omdat onze gastheer er toch weeral was aan geraakt  én uniek omdat met de vernieuwde afvulinstallatie dit bier spoedig tot het verleden zal gaan behoren. We onthouden hier de veel nadrukkelijker smaakelementen, vooral het bitter van de gist.

La Trappe Quadrupel ‘eik’

Als sluitstuk had Danny een wereldprimeur voor te stellen. De schittering in zijn ogen verried al één en ander maar we moesten toch wachten op ons glas voor de absolute verrassing van de avond. Immers, pas deze namiddag had hij met Chuck brouwerij La Trappe bezocht en de brouwmeester, Lodewijk  Swinkels, een fles van zijn nieuwe bier ontfutseld. Deze nieuwe La Trappe Quadrupel zal hoe dan ook niet gecommercialiseerd worden en alleen te proeven zijn in het proeflokaal van de brouwerij. Dit zou dus de eerste (en enige?) fles zijn die de ingetogenheid van de abdij verlaat. Deze Quadrupel onderscheidt zich van de andere door een lagering van niet minder dan negen maanden op (nieuwe) eiken vaten. Het resultaat sloeg iedereen met verstomming: zoet-bitter, zeer complex, maar met een uitgesproken, zelfs overweldigende, geur en smaak van vanille ! Een bier om lyrisch van te worden, als je tenminste de fles deelt met meer dan een handvol proefgenoten, want anders kan men je geheid naar huis rollen! (NVR : dit bier is nu nog niet verkrijgbaar in de abdij, over dit bier hoor je later nog meer op Trappistbier Beleven !)

Wereldprimeur !

Wereldprimeur !

Natafelen

Als opkikkertje werd ons nog een lekkernij vanwege de waard aangeboden. De kastelein van de Goede Vrijdag trakteerde ons nog op een boterham met balletjes in een Westmallesaus. Of hebben we de volgorde fout? Alleszins een uitermate hartige hap, die met een fris glas bier van onze proefkompaan Jef den Hofbrouwer met smaak verorberd werd. Na nog wat natafelen, wat gaat de tijd in die gastvrije Kempen toch altijd snel!, was het afscheid er sneller dan verwacht, en na zo’n geur – en smaakorgie viel ons dat wel zwaar.

De kilometers die ons van ’t Stadje scheidden gaven ons de gelegenheid een massa indrukken nog eens te laten passeren. Zonder afstand te doen van ons ‘standpunt’ over oude bieren hebben we hier toch een aantal uitgesproken unieke gewaarwordingen beleefd. Bovendien leerden we een groep biergeestdriftige (en dus?) gezellige Kempenaars kennen die ons het gevoel gaven dat de afstand Antwerpen-Herselt niet zo groot is als de kilometerteller zou doen veronderstellen.

Bedankt vrienden, bedankt Goede collega van de Goede Vrijdag, bedankt Danny Van Tricht !

Tekst : Hans Bombeke (Docent ‘Bierkennis’ PCVOA en Voorzitter Antwerps BierCollege)

Foto’s : Chuck Cook & Danny Van Tricht

Advertenties

3 reacties op “Proeverij extreem oude Trappistbieren

  1. […] anderhalf tot twee jaar komt het bier tot zijn volle recht. Zelfs na 20 jaar rijping (zie artikel Proeverij extreem oude TrappistBieren) is een Westvleteren XII nog steeds een topper, zij het dan wel sterk geëvolueerd naar een […]

  2. […] Trappistenkenner Danny Van Tricht, die in 2009 al op een oud flesje was gebotst (zie artikel “Proeverij extreem oude TrappistBieren“). Als grootste verschil zien we dat zowel ons flesje als dat van Danny géén “armen” […]

  3. […] Elke brouwer is wettelijk verplicht om op zijn bieren een houdbaarheidsdatum (een jaartal is voldoende voor bieren !) te vermelden. Elke (Trappist)brouwerij heeft zo zijn eigen systeem om die datum te vermelden. Zythos, de confederatie van Belgische Objectieve Bierproevers, ijvert al jaren om naast de houdbaarheidsdatum ook de botteldatum te vermelden. Die datum vertelt inderdaad objectief veel meer over het bier dan de houdbaarheidsdatum. Want dat laatste begrip is inderdaad erg subjectief, iedere brouwer bepaalt zelf de termijn van houdbaarheid (!) én we weten allemaal dat bieren van hoge gisting en/of met hergisting op fles zelfs jaren na de vervaldatum nog steeds perfect drinkbaar zijn (zie ook artikel “Proeverij van extreem oude TrappistBieren“). […]

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers liken dit: