Tour des Trappistes deel 5

George Nelis heeft de nobele gedachte opgevat om zijn Tour des Trappistes te voet af te leggen. In 2-wekelijkse bijdragen vertelt hij zijn pelgrimstocht. Hier deel 5 !

Tour des Trappistes deel 5 : van Orval naar Rochefort

Dinsdag 22 mei

De ochtendmis is hier duidelijk minder bemenst dan in Orval. Deze laatste heeft dan ook een iets opener karakter èn is toegankelijk voor vrouwelijke retraitanten. De dienst heeft een intiem karakter, zo staan we tijdens de communie gezamenlijk rond het altaar.
dsc05282

Na het ontbijt, alleen, want Bruno slaapt nog of leert al, schrijf ik wat, terwijl er aan mijn overkant al volop “leven in de brouwerij is”, getuige de door de glas-in-lood-ramen schimmige figuren die al rondlopen en rokende schoorsteen. Dan wordt er op de deur geklopt : het is Bernard Lezaire, een aardige man. Hij vertelt over de do’s en don’ts en dat ik mogelijk ’s middags frère Antoine kan ontmoeten. Hij spreekt als enige en misschien voorlopig wel laatste monnik Nederlands. Als Bernard vertelt dat frère Antoine in de brouwerij heeft gewerkt, zie ik de hemel langzaam opengaan. Een voorzichtige vraag in die richting brengt me weer op aarde : de brouwerij is niet toegankelijk voor mij. De ochtend breng ik door met een lange wandeling in het zonovergoten park : een troep ganzen, mams voorop, dan 4 grote pluizebollen en paps achteraan, doet me aan ons gezin denken. Ook dwalen m’n gedachten af naar m’n werk : wil ik hiermee doorgaan ? En zo ja, hoe lang dan nog ? Of ga ik wat anders doen ? Maar ja, wat dan ?
dsc05280Na het middageten, tezamen met Bruno, trek ik me weer terug op m’n kamer, in stilte, alleen met m’n gedachten. Dat is na èèn dag aanwezigheid alhier dan toch wel het resultaat : èèn met jezelf, wat is er belangrijk en wat niet (meer).
Om 3 uur heb ik afgesproken bij Bernard. Het wordt een wandeling zonder frère Antoine, helaas. Bernard neemt me mee naar de tuin van de monniken zelf, langs de oude bakkerij, het “zwembad van de paters”, dat nu dienst doet als verblijfplaats voor 1000-en kikkervisjes en enkele grote karpers, en de begraafplaats. Hier liggen de overleden broeders en paters begraven, keurig gerangschikt op de dag van hun heengaan. Vreemd genoeg staan hun geboortedata niet vermeld.
De tuin van de ontmoeting, de keuken en de imposante bibliotheek vormen de laatste onderdelen van deze rondleiding.
Met lezen en schrijven vul ik de tijd tot het avondeten. Deze keer hebben Bruno en ik gezelschap : een pater van elders vergezelt ons aan tafel en geniet zichtbaar van de broodmaaltijd en met name de Chimay-kaas. Die van Rochefort zelf heb ik hier vreemd genoeg nog niet gezien. dsc05288Na het eten en de gezamenlijke afwas, dekken we de tafel voor morgenochtend. Zo heeft de dag meerdere vaste momenten, die er een zeker ritme aan geven, welke nog wordt versterkt door de keus om aan een of meerdere van de vele diensten deel te nemen : van het vigile om 03:30 tot en met de avonddienst van net na 19:00. Voor de 14 broeders en paters alhier is het dan ook een uitdaging om al hun werk tussen deze diensten te verdelen. Zij worden hierbij bijgestaan door ongeveer 20 leken, waarvan het grootste deel in de brouwerij werkt. De laatste groep zo te zien alleen tot de middag, want in de brouwerij zie ik nu geen activiteiten meer.
Nu ook mijn activiteiten op een einde “lopen”, verlang ik weer naar Coot en onze kinderen : hen te zien, te horen en te voelen, mijn verhalen te vertellen, naar die van hen te luisteren en met deze mooie bagage weer de wijde wereld in te stappen.

Woensdag 23 mei

Als ik de ramen open drijft de weeïig-zoete wortlucht m’n kamer binnen. Als delicaat begin van de dag een teaser uit de voor mij vooralsnog gesloten schatkamer.
Het is bijna tijd voor de mis en dus loop ik, nu binnendoor, door de gangen naar de kerk. Op deze manier heb ik het gevoel er al meer “bij te horen”, meer onderdeel uit te maken van de gemeenschap alhier. Dit gevoel wordt nog intenser als ik zie hoe liefdevol de paters en broeders elkaar tijdens de vredezegging omhelzen.
Vredig zet ik me dan ook aan het ontbijt, links en rechts bijgezeten door paters van elders. Na het eten, iets meer, want ik weet niet wanneer ik weer wat krijg, ruim ik m’n kamer op, pak m’n rugzak en heb dan eigenlijk al afscheid genomen. Met enige moeite, want in deze korte tijd heeft het leven alhier behoorlijk indruk op me gemaakt. Als ik wil afrekenen is Bernard niet in zijn kamer. Ik heb toch meer dan genoeg tijd om lopend de trein te halen. Maar Bernard denkt daar bij terugkomst duidelijk anders over : “Er gaat ook een bus om 10 over 9 !”. Het door hem aangeraden binnendoorweggetje komt me, met mijn gevoel voor richting, vergissingsgevoelig over.
Ik bedank Bernard voor hun gastvrijheid en trek even later voor het laatst de poort achter me in het slot. 100 meter verder ben ik al aan het hardlopen, zo zeker ben ik van m’n zaak … Mijn voeten voelen opmerkelijk goed na een dag rust. Een goede les voor m’n volgende wandeltochten.
dsc05294

Binnen no time ben ik in Rochefort aangeland, maar het station in het naastgelegen Jemelle, een dorp naar het model lintbebouwing, bevindt zich, uiteraard, aan de andere, verste kant van het lint. En dus zijn er nog maar enkele schamele minuten over als ik zwetend het perron op kom rennen. Ok, perron 6 volgens het bord, maar deze is afgesloten. Snel, snel naar het loket. “Spoor 4″ luidt het antwoord, zoals ik nu ook op de aldaar hangende monitors zie, en, de vertraging van ’n kwartier van mijn trein … Ik heb toch veel bijgeleerd de afgelopen week. Tja, en dus nog tijd genoeg voor een baguette met crabsla, die mij hier zo maar in de schoot komt vallen. Met crudité. De treinreis voert me weer geleidelijk naar de bewoonde wereld, de wereld waar ik weer bij m’n gezin zal zijn, waar ik weer constant onder de mensen zal zijn en waar de klok weer tikt.
Zoals in het zonovergoten Den Bosch, waar ik in een race tegen hem de stand op 1-0 zet, met als hoofdprijs ’n doos Bossche bollen, de echte van Jan de Groot. De eerstvolgende stoptrein brengt me naar Culemborg. Daar staat Coot op me te wachten, en, onderaan de trap, met jeugdige desinteresse, Joni en Jarno.
En terwijl in me het vredige vuur brandt als gevolg van m’n geslaagde solotocht, wil de BBQ maar slecht vlam vatten. Dan gaat het de kip even later beter af : licht verbrand verlaat zij het rooster, terwijl de verhalen over tafel gaan. Het doet me goed dat ik weer thuis ben, bij Coot en onze kinderen, terwijl ik ook al weer stiekem denk aan de volgende tocht : Westmalle – Berkel-Enschot. Samen met Yoeri ? (Wordt vervolgd !)

Tekst & Foto’s : George Nelis

Advertenties
%d bloggers liken dit: