Tour des Trappistes deel 6

George Nelis heeft de nobele gedachte opgevat om zijn Tour des Trappistes te voet af te leggen. In 2-wekelijkse bijdragen vertelt hij zijn pelgrimstocht.

Tour des Trappistes tocht 2 deel 1 : van Westmalle  naar Berkel-Enschot (La Trappe)

Maandag 29 oktober

Als een tergende striptease ontdoen de bomen zich langzaam van hun vlammend geel gebladerte, en tonen daarmee hun kille naaktheid. Het zijn dezelfde bladeren waar ik de komende week doorheen hoop te wandelen op m’n tocht van Westmalle naar Berkel-Enschot, het tweede deel van mijn Tour des Trappistes.

Vandaag reis ik met trein en bus naar Westmalle, waarbij ik de herfst alleen door het raam mag bekijken. Aanraken en meemaken van dit intense seizoen komt later.

In Dordrecht stap ik over op de internationale trein die me naar Antwerpen zal brengen. Net op het moment dat ik in overpeinzing het raam uitkijk, passeren we het station Kijkuit.

In het Turnhoutse stadscafé op de Grote Markt, waar anders, nuttig ik m’n eerste bier : een Corsendonk, goudblond als de herfstbladeren en frisbitter als een trage herfstbui. De herfst is een dankbaar seizoen, waar m’n binnenste buiten wil en mijn buitenste, na enige tijd, weer naar binnen.

De Lijn lijn 410 zet me af bij café Trappisten, recht tegenover de ingang van de abdij Westmalle. Het is gezellig binnen en de dubbel van het vat smaakt wonderbaarlijk zacht. Ik denk aan Yoeri, Jarno, Bas en Jos. Met hen zou ik hier graag enige tijd vertoeven, nippend aan nog een, prikkend in trappistenkaas, genietend van elkaar en al stilletjes verlangend naar een bourgondisch hoofdgerecht.

DSC06497_1

Het worden dunne bruine boterhammen, met ham en smeerkaas, als avondmaal in de abdij, nadat broeder Benedikt, bB in z’n email, me heeft ontvangen. “George ?” is zijn eerste vraag. De klik is er meteen. Een prettig mens.

DSC06469

Naast me aan tafel zitten 2 jonge jongens, die me doen denken aan onze zonen Yoeri en Jarno. Muisstil eten zij hun brood op. Mogelijk is men in België geïnspireerd door de woorden van Ignatius van Antiochië, die ook hier in de hal hangen : “Λoγoς απo Σιγης Πρoελθων” : “Het woord is van stilte herkomstig”. Stilte is hier als het ware een pseudoniem, een eerbiedig benaderende omschrijving van God.

Ik denk aan Coot, die zo kan genieten van de stilte die ze vraagt voor elke maaltijd.  En zo passeren in korte tijd meerdere mensen die ik liefheb de revue. Is dit omdat ik “alleen” ben ? Omdat ik weg ben uit hun midden ? Zoek ik daarom het klooster en de stilte van de eenzame wandeling ? Ik vind het heerlijk, alleen zijn is voor mij een zijn.

Na de gezamenlijke maaltijd en dito afwas kunnen we bij bB trappist bestellen, om gezamenlijk van te genieten in het ontmoetingszaaltje. En morgen, morgen mag ik lekker harken, om me nuttig te maken. Zalig tot m’n enkels in de bladeren, heilige bladeren.

Dinsdag 30 oktober

Zo te zien ben ik niet de enige die wat moeite heeft met het vroege tijdstip. Ook bB geeuwt tijdens de nachtwake af en toe openlijk. 4:00 is dan ook vroeg. Er wordt veelal gezongen en omdat ik geen missaal heb noch de gezangen herken, voltrekt deze mis zich voor mij op enige afstand. De kerk is vrij nieuw en maakt een moderne indruk, iets wat niet gezegd kan worden van het merendeel van de broeders en paters, want buiten een, net als in Rochefort, neger van begin 40, schat ik de rest zo op vanaf ergens in de 50 tot ver over de 70 jaar. Hoe zal dit zijn over een jaar of 10 ?

Na dit vroege rijzen voor de nachtwake kruip ik nog even terug in m’n bed waarna de wekker me wakker doet schrikken.

Een kletterende douche en dunne boterhammen met dikke plakken Westmalle kaas brengen me de juiste energie voor deze dag, want buiten wacht de hark en kruiwagen al op me.

DSC06473

En, meteen op de eerste dag al promotie, als de tuinman me een heuse bladblazer op de schouders hijst. 2-takt, met choke en cruise-control. Een ware en waardige Hendrik Jan ! En dus blaas en hark ik uur na uur, kruip en sluip ik onder de struiken, des morgens slechts onderbroken door de eucharistie. Bij deze mis voel ik me meer betrokken, met name omdat het op een Nederlandse mis lijkt, dat wat ik nog ken uit m’n jonge jaren. Alleen zat ik toen beukennootjes etend en luidkletsend m’n tijd uit te zitten, terwijl ik nu vrijwillig kom en geniet van enkele wat oudere paters en broeders, die met een mooi binnenpret-gezicht de dienst meemaken. Net als destijds in Rochefort worden we ook hier tijdens de communie rond het altaar genood. Zo heb ik beter zicht op de paters en broeders. Er zijn er meer dan vanmorgen vroeg en hun kwetsbaarheid door hun hoge leeftijd met bijkomende kwalen, valt nu nog meer op.

Ik heb zo m’n eigen problemen, want hoe krijg ik op een fatsoenlijke manier mijn eerste kruiwagen leeg ? 1 ½ meter hoog, tweewielig en tot de nok geladen met bladeren. Daar sta ik dan bij de vuilstort, na een rit over zo’n beetje het gehele terrein, langs, o terging, de brouwerij, waar de wortzoete nevels me bedwelmend in de neus kietelen. Leegscheppen van de kruiwagen zie ik niet zitten, en de zijschotten lijken onlosmakelijk verbonden met het onderstel. Oei, hoe zou de tuinman dit doen ? Dit mòet ik oplossen, degradatie dreigt. En nù al afscheid nemen van m’n bladblazer, ik weet niet of ik dat trek.

Hup, omkiepen die bak, daadkrachtig ! Er klinkt ook een krachtig gekraak … Ik krijg het warm … Ik heb het toch niet gesloopt hè !

Een onverwijlde uitzetting uit dit groene metier schiet door m’n hoofd. Ik mòet dit oplossen. Maar hoe ik ook trek en duw aan de diverse planken, ze geven geen krimp. Als ik de kruiwagen weer op z’n pootjes zet, wordt de schade ernstig zichtbaar : van de voorste plank is de geleider wreed van het hout gerukt, diepe wonden tonend. “Guilty, your honer”.

Bij dit vertoonde gebrek aan techniek, zet ik alles maar op inzet en schep met minstens zoveel moeite als ze er in gingen, de bladeren op de vaalt. Drie kruiwagens later heb ik de lostechniek door.

Het warme middagmaal heeft dan inmiddels weer wat wonden geheeld, want als ik als eerste de eetzaal binnenkom, fonkelen de Westmalle bierglazen me tegemoet, geflankeerd door het refterbier, de Extra, met gele dop en zonder etiket. De zonnestralen die door de glas-in-lood-ramen naar binnen schijnen, zijn recht op de flesjes gericht, alsof de Heere zelf z’n schijnwerpers heeft aangezet : “Hier zijn ze jongen. Het is je gegund !”.

DSC06471

Aan mijn tafel zit ook Lieven. Hij is leraar Nederlands en kent vele grappige taal-eigenaardigheden. Zo noemen ze een slavink hier een vogel zonder kop. En de Nederlandse uitdrukking : “Hij ligt voor Pampus” zorgt voor grote verwarring bij de Vlamingen, daar ze het woord Pampus niet kennen. En aldus verwordt deze uitdrukking tot “Hij ligt voor Pampers”, de luiers dus. Ook de Vlaamse zinsbouw komt mij anders en grappig over. Zo staat op de wc het volgende : “Laat ’t toilet proper en rein, want achter moeten er ook nog mensen zijn”.

De rest van de middag hark ik, schep ik en rijd ik. De bladblazer heb ik terzijde gelegd, als impliciete degradatie.

De avond breng ik, net als gisteren, met z’n drieën door, ik zelf en twee flessen Dubbel. Want het ontmoetingscentrum aan de overkant van het gastenverblijf blijft wederom leeg.

Tekst en foto’s : George Nelis

Advertenties
%d bloggers liken dit: