Tour des Trappistes

George Nelis heeft de nobele gedachte opgevat om zijn Tour des Trappistes te voet af te leggen. In 2-wekelijkse bijdragen vertelt hij zijn pelgrimstocht.

Tour des Trappistes tocht 2 deel 2 : van Westmalle  naar Berkel-Enschot (La Trappe)

Woensdag 31 oktober

De combinatie Hendrik Jan en de komende wandeling naar Zoersel houden me tot de vroege mis onder de gesteven lakens. Grappig overigens dat er in de mis voluit wordt gezongen en dat er tijdens het ontbijt om stilte wordt verzocht.

Na de afwas heb ik een boeiend gesprek met een der monniken : hij heeft weinig hoop op verandering in de Katholieke kerk, ziet meer in een wending richting het Boeddhisme, waar er meer vrijheid en openheid is voor de aanhangers, dit in plaats van het aangetrokken corset vanuit Rome. Novicen houden het dan ook niet lang uit binnen de muren van Westmalle, en mede daarom ziet hij de almaar toenemende leeftijd als bedreiging voor het voortbestaan van de abdij.

DSC06503_1

Mijn bladerbak is gerepareerd, jawel, en ook de bladblazer mag weer op de schouders. En dus hark en blaas ik als nimmer tevoren, en ik moet zeggen, ik word er handiger in. Ook het legen van de bak, gisteren nog een beschamende vertoning, voer ik handig en efficiënt uit : bak na bak stort ik op de hoop, naast de bitterruikende hopbloemen. Gezellige babbeltjes zijn de kaarsjes op de taart : een oude broeder, te fiets, met gebreide grijze muts mèt pompoen, vraagt of ik de bladeren er ook weer allemaal aanplak. Zijn gezicht staat guitig. Heerlijk. Ook de pater in het bescheiden winkeltje, Pater Modestius, praat met kuiltjes in z’n wangen. Mooie ontmoetingen.

Na het middagmaal, salade, frieten en stoverij, geflankeerd door een tweetal Extra’s, neem ik afscheid van bB, “Gij zijt welkom” en deze bezielende plaats.

De overgang is groot. Want groter en grootst zijn de huizen in de “bomenbuurt”. Als ik de mensen aankijk in het voorbijgaan, schieten de blikken weg, ben ik een vreemdeling. De abdij mag dan niet meegaan met z’n tijd en gesloten overkomen, de zogenaamde vrije wereld laat ook een beperkte blik zien.

DSC06507_1

Als ik het Zoerselbos induik, vind ik wat ik zoek. Herfst ! Een laagstaande zon, kalende bomen, plassen en modder van een frisse herfstbui en die aardse paddestoelenlucht ! Via een gevarieerd bos, compleet met beekjes, waaronder de Monnikenloop …, kom ik via het imposante kasteel Zoerselhof de gelijknamige gemeente in. Ik ga richting centrum, de straat waar mijn onderdak voor vannacht is, is vast in de buurt. Een locale fietster helpt me uit de droom : “U moet ongeveer twee kilometer terugstappen, tot de nafta”. M’n voeten jubelen.

“Mijn“ straat begint met meerdere boerderijen, maar deze gaan langzaam over in steeds nieuwere en grotere bouwsels, waarbij mijn no. 88 er architectonisch uitknalt. Jé, als een foto uit een glossy woonmagazine, zo een waarbij Jan de Bouvrie met een glas witte wijn bij de brandende open haard staat, als art director.

De sleutel ligt zoals afgesproken onder de spreekwoordelijke bloempot en ook de studio is strak ingericht.

Na een verkwikkende douche hijs ik me in de kleren en op de fiets om ergens wat te gaan eten. De Boer van Zoerzel, lekker dichtbij, bekoort niet van buitenaf en dus pedaleer ik richting Zandhoven, dit op aanraden van Beatrice, mijn tot nu toe virtuele gastvrouwe. Maar café Sport, wijd en zijd geroemd om z’n wild, is akelig donker als ik aan kom trappen. S met een grote S. Terug maar naar de Boer met de grote B ?

Al terugfietsend zie ik vanuit mijn ooghoeken Joni ! Niet onze lieve en mooie dochter, maar een kroeg met haar naam. Daar mòet ik wat drinken, voor Joni en “tegen de dorst”. Nippend aan een Westmalle Tripel, even afkicken, vraag ik naar de oorsprong van de naam van deze kroeg. “Awel, dat is gekomen van onze beide voornamen. M’n vrouw heet Nicole en ik heet Jef”. …

Ik heb me vergist in de Boer. Hoewel ik eten in m’n eentje duidelijk minder vind, vergoedt het menu veel : scampi met witloof en basilicum, lamsrug met rode wijnsaus en walnotenijs met warme krieken na.

Tevreden rij ik terug, bel aan bij Beatrice en zit vervolgens met haar man Dirk in een strak minimalistisch huis aan de witte wijn. Mooi, modern en minder. Minder omdat er weinig staat, waardoor de ruimte ruimte blijft, net als in de abdij Westmalle, maar ook minder omdat het gesprek net zo leeg is als de inrichting. Er is nog geen vonk.

Als de witte wijn van tafel gaat, Dirk moet weer om 06:00 op, want hij gaat naar zijn Nederlandse vestiging in Deventer, zoek ik in m’n studio Ulrich Schnauss op, een bedwelmende melodie.

Donderdag 1 november

Ook het ontbijt is architectonisch verantwoord : het servies, rechthoekig want handig, is op elkaar afgestemd, de beide jammen zijn met gevoel voor detail in spierwitte bakjes gedrapeerd, ieder met z’n eigen, spierwitte, lepeltje en de koffie zit in een handige, bijna zitzakvormige houder, van naamgenoot Georg Jensen.

Beatrice heeft alles met gevoel voor gastvrijheid verzorgd en geniet zichtbaar als ik vraag of ik ook haar keuken mag zien. Ook het afscheid is stijlvol en prettiger dan de aankomst van gisteren : “Als je geen onderdak vindt, bel je maar. Ik kom je dan wel halen”. Aardig.

Via het gehucht Eynhoven met het typische driehoekige dorpsplein, de zogenaamde dries, naar Frankisch model, schamp ik de E34 en duik daarna via een brede dreef de bossen is. De bossen zijn mooi, de herfst spettert in het rond.

DSC06519_1

In het dorp Wechelderzande tref ik het : het is vandaag Allerheiligen en ondanks dat dit gevierd wordt in België, compleet met kerkgang, is de bakker-op-de-hoek open. En dus duik ik met een smoske oude kaas, mijn favoriet crabsla zag ik te laat, weer de bossen in en kom via een zandverstuiving met de naam Konijnenberg aan in Vosselaar. Deze plaats geniet enige faam als Mariabedevaartsoort. Binnen in de meer dan 500 jaar oude Onze Lieve Vrouwkerk brand ik traditiegetrouw een kaars voor m’n dierbaren. Tegenover de kerk staat, ook traditiegetrouw, een café.

DSC06528

Een heerlijke Orval later vervolg ik m’n reis, en wandel over zandpaden, om bij het kanaal Antwerpen – Turnhout – Dessel uit te komen. Langs het jaagpad en een schilderachtig gelegen en met grote vijvers omgeven kasteeltje, met de naam Boones’ Blijk. Hier werd in de 18e eeuw linnen en garen gewassen en gebleekt. Enkele kilometers verder nog meer historisch erfgoed : het Bels lijntje, de eind 19e eeuw aangelegde spoorlijn van Antwerpen via Turnhout naar Tilburg.

Een schitterend Begijnhof is mijn entree in Turnhout. Destijds bewoond door zedige vrouwen, die “door het stipt  bijwonen van de erediensten hun aspiraties tot een volmaakt christelijk leven wilden realiseren”. Een portierster waakte over het komen en gaan van de Begijnen en ook nu gaat deze oase van rust elke avond dicht.

In een café op de Grote Markt vraag ik naar onderdak. Bed & breakfast zit er niet in, het wordt het Leffe-hotel, niet echt m’n favoriete bier. Misschien dat ik daardoor met gemengde gevoelens naar binnen ga, maar de vrouw achter de balie gunt me geen blik als ik incheck. Haar collega’s binnen vullen gastvrijheid anders in, waardoor de fazantenfilets Brabançones, met witloof en, ik heb tenslotte veel in bossen gelopen vandaag, denneappelcroquetten, heerlijk smaken.

Net als de Rochefort 12, die ik een café verderop als afzakkertje geniet. Het haardvuur knapt, de bediening is prima, dat vind ik prettig.

Tekst & foto’s : George Nelis

%d bloggers op de volgende wijze: