Een reactie plaatsen

Tour des Trappistes

George Nelis heeft de nobele gedachte opgevat om zijn Tour des Trappistes te voet af te leggen. In 2-wekelijkse bijdragen vertelt hij zijn pelgrimstocht.

Tour des Trappistes tocht 2 deel 3 : van Westmalle  naar Berkel-Enschot (La Trappe)

Vrijdag 2 november

Als ik ’s morgens de gordijnen open, kijk ik uit over een lege Grote Markt. Met het vertrekken van Allerheiligen zijn ook alle heilige koeien heengegaan.

DSC06550Ik verlaat Turnhout zoals ik gekomen ben en duik een uitgestrekt bos-, weide- en akkerlandschap in. Machtig mooi : de kraaien krijsen boven de kale maisstoppelakkers, en een vrolijk hippend winterkoninkje kondigt nu al het volgende seizoen aan.

Eenzame zandwegen en een miezerregen voeren me door een desolaat landschap. Mijn gedachten zijn even vluchtig als de ontmoetingen met enkele boeren op hun tractor. Een afstekertje van ’n km laat ik aan me voorbijgaan, want er zouden grafheuvels te zien zijn, tumuli uit de Urnenveldtijd, zo’n 700 voor Christus. Mijn archeologiehart gaat weer gloeien als de vinger van E.T. Maar het enige dat ik door de afrastering ontwaar, zijn enkele hopen betonafval van ongeveer 2005 na Christus.

In Ravels ga ik op zoek naar een kop koffie, liefst met een stuk vlaai. In cafetaria de Wouwer val ik echter voor een schone Vlaamse brunette, fraai gevormd, verfrissend, een goed mondgevoel en tintelend jong. Hoe vertel ik dit aan Coot ?

Mannen biljarten. Een van hen vloekt hardgrondig bij elke gemiste bal. Ik heb hem geen punt zien maken.

Gelauterd door Bacchus zelfe, de Vlaamse brunette dus, en met een smoske romige crabsla in en op de hand vervolg ik m’n tocht door de miezerregen.

Laat ik mijn gastvrouw van vandaag even bellen, om te laten weten dat ik onderweg ben. “Maar u zou toch gisteren komen ?!” klinkt er door m’n mobiel. Gloep ! Na een stilte die uren lijkt te duren, komen de verlossende woorden : “Nou, tot zo meteen dan”. Er is nog plaats gelukkig.

DSC06548De bossen zijn weelderig herfstig : zompige paden, een rood-bruin bladerdek en een zweem van rotting. Uren sop ik, terwijl de onzichtbare zon het langzaam voor gezien houdt. “Ik moet wel op tijd uit de bossen zijn”, echoët het af en toe door m’n hoofd en “Hoe kom ik in Hilvarenbeek ?”. Bij een café vraag ik de weg : “Esbeek is hier zo’n 3 à 4 km vandaan. Door het bos, alsmaar rechtdoor”. Het is al bijna donker…

Het begin is nog asfalt, maar al snel wordt het een breed zandpad, modderig en aardedonker, en vervolgens gewoon smal. “Ik loop toch wel goed hè !”.

Na de laatste kilometers naar Hilvarenbeek bel ik vermoeid en tevreden aan. Op de deur een sticker met de tekst dat wandelaars hier welkom zijn. Mooi. Als de gastvrouwe open doet, spreekt zij de historische woorden : “U doet toch wel uw schoenen uit, hè !” Een warm welkom. In de huiskamer blijft de heer des huizes diep weggedoken in z’n krant.

De thee die ik in de keuken krijg is gelukkig warmer dan het welkom. Dan voegt ook de heer des huizes zich aan de keukentafel. “U mag hier niet roken !”. Er zijn meerdere vormen van gastvrijheid.

Het centrum van Hilvarenbeek is gezellig, met meerdere lokkende eetgelegenheden. Ik eet bij de Zwaan, word attent bediend en geniet van lokale bieren van brouwerij de Roos. Rooie Fik en Konjel als illustere figuren uit lang vervlogen tijden.

Zaterdag 3 november

De duidelijke woorden van mijn gastheer over het niet mogen roken krijgen een luchtje als ik hem des morgens hoor rochelen. Het afscheid vertoont gelijkenissen met het weer, bewolkt.

In het centrum van Hilvarenbeek volg ik de LAW 11, die me de bewoonde wereld uit leidt, via een bos met de fraaie naam “Annanina’s rust”, naar het schijnt vernoemd naar de maîtresse van de notabele stichter,  en enkele zandpaden tot het Wilhelmina-kanaal. Een verbeten kanoër trekt met ferme klappen een tijdelijk spoor door het rustige water. Als ik hem vanaf een brug bekijk, volgt een bijna synchrone knipoog. Alsof we niets hoeven te zeggen om elkaar te begrijpen. Via landelijke wegen kom ik in Moergestel, waar ik bij de plaatselijke banketbakker een koffie met gebak geniet, terwijl ik vertederd toekijk hoe een jonge vader en z’n zoontje geurend brood bestellen. Die mooie broze verhouding tussen hen : beschermend en toch uitdagend, hem langzaam voorbereidend op later.

DSC06566

Verkwikt vertrek ik richting Koningshoeven. Tussen de bomen door zie ik de 3 karakteristieke kerktorens, die als een Heilige Drie-eenheid fier richting hemel priemen. Zoals de gastenbroeder Christiaan me al verteld had, is het gastenverblijf wegens de recollectio (stilteweekeinde) gesloten en kan ik hier niet overnachten. Daar de ontvangst-ruimte verbouwd wordt en de winkel nog niet open is, wandel ik verder, richting Tilburg. Het is een gewone zaterdag, en dus zijn er veel mensen op de been. In de grote winkelstraten is het slalommen tussen de met volgeladen  plastictassen behangen mensenmassa. Deze drukte bevalt me niet zo, gewend en verwend aan stilte en ruimte.  Gelukkig gaat ’s middags Kandinsky open, een net buiten het centrum gelegen speciaalbier-café. Daar geniet ik van een stevige Bersalis, een tripel waarmee van de opbrengst de brouwerij Oud Beersel weer nieuw leven ingeblazen kan worden. Zo schenk je aan anderen èn jezelf.

Ik verlaat het zaterdag-drukke Tilburg en wandel richting Berkel-Enschot, naar de Trappistinnen, waar ik zal overnachten.

DSC06575

Aldaar tref ik na enkele verbaasde blikken de gastenzuster, die aangeeft dat het eigenlijk tijd is voor de Vespers. Ik loop achter haar aan door de stilteopwekkende gangen en zit even later weer in de kerkbanken. Voor me nu geen mannen met donkere bassen, maar wit-met-zwart geklede vrouwen met bijna meisjesachtig hoge stemmen, vrouwelijk en fragiel. Dat maakt dit een ander klooster. Zo is er na de korte mis de broodmaaltijd : eenvoudig, geen franje, maar wel een klein vaasje bloemen op tafel, the female touch. Ik ben niet de enige man, voor me zitten moeder en zoon, waarbij hij me doet denken aan het typetje Ab van der Laak van van Kooten en de Bie, die tegen z’n zin in overal mee naar toe getoornd wordt. Na de maaltijd en het afwassen laat de gastenzuster me m’n kamer en ontmoetingsruimte op zolder zien. “De vloer kraakt wel, hoor !” zegt ze guitig, alsof ik me in nachtelijke avonturen ga storten. Dan verontschuldigt ze zich “dat de toilet wel ver lopen is, aan het einde van de gang”. Als ik haar vertel dat ik ben komen wandelen uit Westmalle, verschijnt er een ingetogen glimlach op haar open gezicht ; de ongedwongen gastvrijheid is innemend, laat alle ruimte aan mij als gast en noopt niet tot de gedachte “Ik wil wat terug doen”. Knap als je zo vrijblijvend vrijgevig kan zijn.

Na m’n bed met de stijfgesteven lakens opgemaakt te hebben, lees en schrijf ik wat. Wil ik nog gezelschap? Gezeten aan m’n tafel, realiseer ik me wederom dat ik me gelukkig voel, compleet en volmaakt. Een allesomvattende warmte verspreidt zich door mijn lichaam, tranen van geluk wellen op in m’n ooghoeken. Ver in de achtergrond dwarrelt nog wat van de calvinistische gedachte : “Waar heb ik dit aan verdiend ?”. Schoonheidsfoutjes.

Het is aards stil in het klooster, zelfs de krakende vloer lijkt in ruste. Lopend door de stille gang, waan ik me de enige bewoner. Hoewel, beneden in de inmiddels donkere eetzaal tref ik wat gezelschap aan, enkele fraaie blondines, die ik meeneem naar m’n kamer om er aldaar van te genieten, in het bijbehorende glas natuurlijk. La Trappe, je proeft de ingetogen stilte.

DSC06568

Zondag 4 november

Na een inspirerend Lauden en Eucharistie, tref ik moeder en “Ab” weer tegenover me aan de ontbijttafel. Zij hebben gisteravond vergeefs op me gewacht in de ontmoetings-ruimte. En ik maar denken dat ik de enige was die om gezelschap verlegen zat. Ik moet nog veel leren. Na deze broodmaaltijd neem ik afscheid bij de gastenzuster van vanochtend, die, net als m’n vrouw, Corine heet. Dit als een vloeiende overgang naar mijn aanstaande huiselijke leven.

Als ik door Berkel-Enschot terug naar Tilburg loop, is alles nog in diepe rust. Alhoewel, in de verte hoor ik ’t grommen van een bolide : een knalrode Ferrari, laag bij de grond, V12 achterin en een verdacht jonge man voorin, komt met veel machtsvertoon voorbij. Als ik omkijk, geeft hij nog eens extra gas. Zoveel kracht met èèn voetbeweging. Even verder staat een klein meisje met haar handen tegen het raam naar buiten te kijken. Als ik naar haar zwaai, kijkt zij me, haar hoofdje schuinhoudend, onderzoekend aan. Haar moeder zwaait terug. Zoveel kracht met èèn handgebaar.

De trein brengt me in minder dan een uur in Culemborg, waar Corine, niet de gastenzuster maar mijn dierbare vrouw, op mij wacht. Na enkele brunettes en blondines blijkt zij toch weer de enige echte.

Tekst & foto’s : George Nelis

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: