Een reactie plaatsen

Tour des Trappistes

George Nelis heeft de nobele gedachte opgevat om zijn Tour des Trappistes te voet af te leggen. In 2-wekelijkse bijdragen vertelt hij zijn pelgrimstocht.

Tour des Trappistes deel 3 : van Achel naar Berkel-Enschot (La Trappe)

Woensdag 16 april

Tijdens het ontbijt, even uitbundig als Dicky zelf, kijk ik naar buiten. Het groene gras wordt gesierd door een kristallen laagje rijp, de voorbode van weer een zonnige dag. We nemen dankbaar afscheid van onze gastvrouwe, een uit duizenden en verlaten Luyksgestel als ware teuten, destijdse kooplui die van dorp naar dorp trokken met hun handel zoals koperwaren en vrouwenhaar.

Een lange wandeldag vandaag, die ons na 30 km in Netersel zal brengen. Waar anders dan aan de Kapeldijk staan twee schattige 17e eeuwse kapelletjes, de Mariakapel en de Kruiskapel. Na een kaars opgestoken te hebben voor onze geliefden, doorkruisen we enkele akkers. Boven deze nog kale velden cirkelen enkele kieviten, die onverschrokken hun nog jonge kroost en territorium verdedigen tegen indringers. Het is een genot om naar hun vlucht te kijken : snel, zonder dralen, precies en uiterst wendbaar.

Net over de Belgische grens meren we even af bij een feestzaal “De kaasboerin”. Binnen is het een jolige boel, met massa’s oudere mensen die luid keuvelend van hun koffie nippen. Over hun hoofden heenkijkend lijkt het wel een groot wit sneeuwveld met hier en daar een glimmende open plek. Te zien aan de posters bij de ingang, vertolken artiesten als Marco Bakker, Jan Keizer en  Miss Layla hier graag hun grootste successen voor een lucratieve schnabbel.

Het is even oppassen geblazen met het vervolg van onze route daar er hier drie paden samenkomen : de LAW 11, de ook met rood-geel aangegeven GR Mol-om en “ons”  Brabants Vennenpad. We duiken het bos weer in, veelal naaldbos, hier en daar onderbroken door een enclave heide en laten de rust en ruimte en elkaars woorden binnenkomen. De Hapertse heide is zo’n enclave, en lustoord voor fietsende en lopende dagjesmensen. Op een bank, gesponsord door Triodos, is een plaquette geschroefd met de prikkelende tekst : “Een mooie plek voor een pauze…..en een zoen ?”. Meer aansporing hebben Henk en ik niet nodig. We zetten de camera in timer-modus en laten ons, uiteraard zoenend, vereeuwigen. Een mooi en dankbaar moment.

Naadloos lopen we van dit droge gebied, waar struikheide zich het beste voelt, naar de Cartierheide, die door zijn natte karakter meer het oord is van dophei en klokjesgentiaan. De overgang over de A67 is meteen de overgang naar weer een stedelijk gebied. Op de “mert” van Bladel laten we een haring afdalen voor we aan het laatste deel van vandaag beginnen, via Hulsel naar Netersel. We lopen veelal over de verharde weg, weinig inspirerend, langs gebieden met met zorg gekozen namen als “Braakhoek” en “Verloren kots”. Wonderlijk als je je realiseert dat al dit gebied tot eind 19e eeuw met heide bedekt was. De grote stille heide. Met hier en daar kleine landerijen zoals Gorp en Rovert, en verder schapen, veel schapen. Rijke adel en nouveaux riche begonnen met de aankoop van percelen hei en veranderden deze in naaldbos. Ook in het kader van de werkverschaffing voor de werkelozen volgde men een gelijk stramien : (met de hand) ontginnen en bebossen. Zo had het volk werk en kon men de grond benutten. Van de uitgestrekte heidevelden zijn heden ten dage niet meer dan een aantal inmiddels gekoesterde percelen over.

Gastvrouwe Annamieke van bed & breakfast “D’n ouwe winkel” ontvangt ons hartelijk. Relikwieën uit vervlogen jaren sieren de gastenhuiskamer : een bonk Sunlight huishoudzeep, brokken Jodenvet en een hartvormige (!) sticker met de tekst “Draai een Drum voor elkaar”. Toen was geluk nog heel gewoon. Na de blauwe kamer betrokken te hebben, pakken we de fiets naar Casteren, daar Netersel weinig te bieden heeft qua eetgelegenheden. Oeps, 3 bussen bij het enige restaurant. Dat doet het ergste vermoeden. In een eigen eetzaal, apart van de uitgebraakte menigte, laten we ons toch verleiden tot het “menu”. Berouw komt na de zonde. Na het fantasieloze voorgerecht en de obligate soep, wordt onze tafel bartensvol geladen. De mensen zijn hartelijk, maar helaas is de hoeveelheid eten omgekeerd evenredig met de smaak van het voorgeschotelde. Zo proef ik nauwelijks verschil tussen de erwten en wortelen en heeft de vis weinig op de graat. Jammer.

Door de inzettende schemer fietsen we terug. Zonder licht, om het intens rode van de ondergaande zon niet te verstoren.

Donderdag 17 april

Met een lunchpakket onder de arm vertrekken we richting Hilvarenbeek, een tocht van wederom ruim 30 km. Een snelle blik omhoog zorgt voor tevreden gezichten, weer een mooie zonnige dag. Waar hebben we zoveel geluk aan te danken ?

Na enkele akkers bevinden we ons al snel in en op de Neterselsche heide, de laatste grote brokken hei, vervat in een natuurreservaat. Ook hier zijn delen afgeplagd, op de plaats van het vroegere Witven. Zou dit een voorbode zijn ven herstel van dit ven ? Bij het Goor, ook gespaard uit de ontginnershanden, schittert de zon over het water, als een diamanten gletsjer, die bij elke windvlaag nieuwe facetten laat zien. Op een houten bank staan de wijze woorden : “De natuur wordt alleen overwonnen door haar te gehoorzamen”.

Even verderop komen we langs de bosomsloten en rietgekapte uitspanning “In den Bockenreyder”, een naam die verwijst naar een roversbende die halverwege de 18e eeuw delen van Zuid-Nederland en België onveilig maakte. Vanwege het feit dat ze zo snel na elkaar op verschillende plaatsen toesloegen, werd verondersteld dat deze heerschappen zich op duivelse bocken door het luchtruim bewogen.

De bock met rijder heeft plaatsgemaakt voor een tankwagen met chauffeur. Duizend liter verfrissend witbier wordt naar binnen gepompt, voor de vele komende dorstige kelen. We wandelen verder over het landgoed “De Utrecht”, kruisen de beek “Reusel” die tussen de imposante beuken door meandert en komen na enkele kilometers bij camping Vogelenzang. Hier laven we onze dorst aan het eerder genoemde gerstenat, en vervolgen de tocht door de uitgestrekte naaldbossen. De grens met België stuit onze westwaartse gang. Vanaf hier verstrengelen het streekpad welke ik destijds van Westmalle naar Berkel-Enschot liep, de GR Kempen, de LAW 11 en het Brabants Vennenpad zich. Als een streng DNA kringelen en kruisen de paden noordwaarts, om elkaar na een innige omhelzing bij het landgoed Gorp en Roovert weer los te laten.

Bij taverne ’t Jachthuis geven we onze voeten nog eens de verdiende rust, en soezen we zachtjes weg, terwijl de zon het laatste restje Postel tripel in mijn glas opwarmt.

Na de vakantiehuisjes, compleet met schorre want blaffende keffers, achter ons gelaten te hebben, balanceren we als koorddansers over de grens, België links en Nederland rechts,  met beiderzijds sloten als denkbeeldig hulpkoord. Verstoord in hun schoonheidsslaapje op de oevers daarvan, springen ritsen kikkers verschrikt naar veiliger oorden.

Het landgoed Gorp en Roovert, met mooie verscholen boerderijen, de bedachtzaam stromende Leij en een heus kasteel, is de laatste bosrijke enclave voor Hilvarenbeek. Brouwerij de Roos, gelegen aan het lieflijke vrijthof aldaar, is helaas gesloten, ons pension aan de Gestelschestraat is gelukkig wel open. We worden hartelijk ontvangen, Brabant waardig, betrekken onze kleine en knusse kamer en gaan uit eten bij Paulus. Het smaakt dan ook niet voor niets hemels, net als het door het steranijs kruidige bockbier van brouwerij Het Anker.

Tekst en foto’s : George Nelis

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: