Een reactie plaatsen

Tour des Trappistes

George Nelis heeft de nobele gedachte opgevat om zijn Tour des Trappistes te voet af te leggen. In regelmatige  bijdragen vertelt hij zijn pelgrimstocht.

Tour des Trappistes deel 3 : van Achel naar Berkel-Enschot (La Trappe)

Vrijdag 18 april

Als ik ’s morgens vanuit het badkamer raam over slaperig Hilvarenbeek kijk, landt een grijze reiger bij de vijver, op zoek naar een lekker hapje. Als ik tegen het raam tik, neemt hij onhandig fladderend “de vleugels”.

Beneden genieten we van een voedzaam ontbijt, en hebben nog een mooi gesprek met de heer des huizes. Rustig verhaalt hij over vroeger tijden, over hun reizen, hun kinderen en de mensen die ze in huis haalden. En dat laatste houden ze in ere. Respectvol praten hij over hun gasten, op dit moment een handvol Duitse jongeren, “keurige jongens” die “van hun eigen muziek genieten”.

Bij Albert halen we wat proviand voor onderweg, en verlaten een bewolkt Hilvarenbeek. Met het park “Annanina’s Rust” als bosachtige overgang, lopen we de nog prille akkervlakte in, doorsneden door het Wilhelmina-kanaal en wandelen weer over kale wegen, met hier en daar een boerderij, en verder weinig leven. Ook Moersgestel bereidt ons ongewild voor op de rust van de volgende abdij. De grote kerk, met de wat morbide naam St. Jans onthoofding, is groots en leeg, de lunchroom niet open en dus peuzelen we onze krentenbollen op het nog lege marktplein. Een eerste marktkoopman komt aangereden, een sjekkie in z’n mondhoek bengelend, zijn vrouw zwijgend aan z’n zijde. Een vredige stilte op hun beider gezichten. Het resultaat van een al lang samenzijn.

We wandelen weer verder, laten de abdij Koningshoeven nog even links liggen want verderop, aan de rand van Tilburg, lonkt café Zomerlust, een der pioniers die het destijds armetierige bierbestaan in Nederland nieuw leven heeft ingeblazen. Want terwijl wij hier niet verder kwamen dan een grote of een kleine pils, of een mierzoete weinigzeggende oud bruin, reed eigenaar Tejo richting onze Zuiderburen en liet ons kennis maken met een bont pallet aan smaken : van robuuste en mildbittere Trappisten via rinse Vlaamse bruinen tot wrangzure geuzen. Mede dankzij pioniers als hij ging ook hier het roer langzaam om zodat we nu weer trots kunnen genieten van een breed bierscala, met als typisch Nederlands verschijnsel de herfstbok.

Maar ja, eenmaal aangekomen bij zijn bierparadijs, blijkt deze gesloten. Zijn openingstijd in combinatie met de afstand is onhandig ingeklemd tussen de maaltijdtijd in de abdij en het sluiten der poorten van Koningshoeve. Een ware Tantaluskwelling. Meer zout valt in den wonde als ik met m’n neus tegen het raam op het schoolbord binnen lees welke parels hier van de tap verkrijgbaar zijn, met een Grand réservée van de 3 Horne’s Wiegeleir als ultieme kwelling.

Dan wordt er aan de deur gerommeld, Tejo zelve verschijnt. Maar hoe lief we hem ook aankijken en hoe zorgvuldig we ons verlangen ook verpakken, hij buigt niet voor onze aardse noden. Als vervolgens een doorleefde camion naast het café parkeert, welke blijkt volgestouwd met mooie parels als Christoffel blond en, God betere het, Westvleteren in de gekende houten bakken, wordt Zomerlust meer Zomerlast. Laat ons terugkeren naar de rustgevende abdij, zonder al deez’ verlokkingen. Een ijdele gedachte, want ook in Koningshoeven maakt men heden ten dage mooie bieren, die in het proeflokaal genuttigd kunnen worden, vergezeld van een kleine hap. Welaan, ook dat is genieten. Tenminste, zo vertelt de vrouw in de bij de abdij behorende winkel, als deze klaar is begin mei…

Een blik achter ons laat de geboorte zien van een imposant rietgekapt onderkomen, maar helaas voor ons is er nog geen ontsluiting. Een duidelijker teken is nauwelijks denkbaar, en dus laten we deze aardse wereld voor wat hij is en begeven ons naar het gastenverblijf. De uitstraling binnen is een andere dan in Achel. Het ademt een onderhouden, zelfs rijke sfeer uit, als van een meer levende gemeenschap dan die we in Achel hebben mogen meemaken. We worden warm welkom geheten door broeder Christiaan. Hij is de gastenbroeder, en als zodanig nu effe druk, en wijst ons dan ook de refter, waar we een kop koffie kunnen nemen, “om bij te komen van de lange reis”. Even later neemt hij ons mee door de abdij en verhaalt rustig, kundig en met een mooi Duits accent over de geschiedenis van dit pronkstuk. Want zo was de opzet van Koningshoeven destijds bedoeld, als trots boegbeeld van de Nederlandse kloosters, met ruimte voor meer dan 100 broeders en paters. Nu wonen en werken er nog ’n kleine 20, een wat karig aantal gezien de afmetingen en mogelijkheden alhier.

De kamers waar we kunnen rusten en slapen en de broodmaaltijd waar Henk en ik getweeën aanzitten, apart, want de refter is vol met eerdere gasten, zijn van een rustgevende soberheid. Eens te meer lijkt de overdaad waar we ons in wentelen niet zo weldadig. Teveel is minder dan genoeg.

Aan het einde van deze dag wordt ons beider wachten en geduld dan toch beloond, want op de kar naast de Trappe bij de keuken staat een krat, jawel, een krat met La Trappe blond. Op Henk z’n kamer genieten we van deze trappist van eigen bodem. Daar er gevraagd wordt niet meer dan een bier naar de kamer te nemen, ga ik nog eens op kousenvoeten naar beneden en wissel de lege flesjes voor wederom volle. De ruimte in het verzoek sluit zo naadloos aan op de ruimte in mijn vragende buik.

Zaterdag 19 april

Tijdens de vroege dienst, neen, niet de vroegste, hangt er een intieme sfeer in de lichte kerk. Ondanks de uitbundigheid waarmee deze en dan met name het houten gestoelte is vormgegeven, is de mis er een van eenvoud en verbondenheid. Apart. We zijn hier eigenlijk nog maar net aangekomen en toch voel ik me hier welkom en op m’n gemak. Van de gastvrijheid, het respect en openheid waarmee wij hier zijn ontvangen kan ik nog het een en ander leren. Is dat wellicht geloof ? Geloof in jezelf en daarmee in de ander ?

Na het ontbijt bedanken we broeder Christiaan voor de ontvangst en het verblijf. Als we de poort naar “de gewone wereld” doorgegaan zijn en achter ons het hek weer langzaam sluit, lopen we zwijgzaam door de nog vroege zaterdagochtend. Ik voel me tevreden en voldaan, en dankbaar voor de wijze lessen uit deze stoomcursus “Hebt uw naaste lief gelijk uzelf”.

Station Tilburg, met de bescheidenheid van een kleine provinciestad, voorziet mij van meer dan voldoende naasten. Kan ik ’n beetje oefenen.

Henk gaat naar zijn Mieke in Amsterdam en aldus rijden we als vrienden naar het Noorden. Ik heb genoten van Henk, zijn bescheiden zijn, ons samenzijn, zijn vermogen mensen te ontmoeten, zijn zalige haast menselijke kwetsbaarheid en, onze tocht.

Op station Culemborg mag ik m’n allernaaste Coot weer in m’n armen sluiten. Dit gevoel van thuiskomen gecombineerd met de tinteling van het voelen van haar lichaam, geven mij nogmaals de overtuiging dat een aantal dagen verblijf in een klooster mij veel leert en oplevert, maar dat het celibaat een voor mij onneembare horde is. Mijn respect voor de paters en broeders die dit wel en in volle overtuiging doen, wordt hiermee alleen maar groter.

Zo ook mijn dank aan Coot en onze kinderen, die mij wederom de ruimte hebben gegund om deze mooie tocht te ondernemen. Op naar het volgende deel : Rochefort – Achel.

Tekst en foto’s : George Nelis

©2010 TrappistBier Beleven

Advertisements

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: