Een reactie plaatsen

Tour des Trappistes

George Nelis heeft de nobele gedachte opgevat om zijn Tour des Trappistes te voet af te leggen. In regelmatige bijdragen vertelt hij zijn pelgrimstocht.

Tour des Trappistes deel 4 : van Rochefort naar Achel

Vrijdag 3 oktober

Het ontbijt, uitgebreid en met een gebakken ei en dito spek, waarvan ik de randen lillend vet toch maar laat liggen, geeft energie voor de nieuwe dag. Een dag die ons in Poulseur zal brengen en zo te zien ook nog eens met redelijk weer gevuld gaat worden. De wandeling voert langs Sy, alwaar we een machtig mooi zicht hebben op de Ourthe, die stevig stromend lang aan onze zijde vertoefd. Imposant, met een weelderige begroeiing. De rotsen van Sy rijzen al even imposant de hoogte in : egaal grijs, en bijna loodrecht torent deze massieve massa boven alles en iedereen uit, en overziet en beheerst daarmee de omgeving als torenwachter. We dwarsen de Ourthe meerdere malen, ondermeer via enkele spoorwegbruggen en kijken even later strak voor ons uit als we een weiland oversteken, het territorium van een grootse roodbruine stier, hierbij zijn uitgebreide harem zo min mogelijk verstorend. Lieve dorpjes als Lassus, met nog lievere huisjes, klein en knus, laten de hartslag weer tot normale waarden dalen. Sterker nog, ik zou hier wel eens een tijdje willen zitten, maar dan wel “met Wifi” (© Henk). In Hamoir houden we een koffiepauze, met rijstevlaai en een heuse gaufre. En met de Ourthe als trouwe metgezel aan onze zijde wandelen we verder. Het is droog, de voeten voelen goed en het is gezellig. Na Xhignesse, hoe verzinnen ze in België toch al die mooie plaatsnamen ?, komen we in Comblain-la-Tour. Hoe verzinnen ze in België toch die verwarrende plaatsnamen, want de dorpen links en rechts hiervan heten Comblain-Fairon en Comblain-au-Pont ? Schuilend in een bushokje voor de inzettende regen, knabbelen we van ons knappende stokbrood, geheel tegen m’n zin patriottisch belegd met gele Goudse. Met een volle maag klimmen we via holle wegen en stijgen naar magnifieke hoogten. Dat uitzicht, dat betoverende uitzicht, wat dan als geschenk in onze handen geworpen wordt ! Goddelijk ! Uitkijkend over het weidse, pril herfstgroen, adem ik diep in, alsof ik dit uitzicht in mij op wil nemen, om het nooit meer los te laten. De tocht voert ons langs lanen van eiken, beuken en linden en imposante, fier midden in het veld staande boerenhoeves met uitnodigende toegangspoort tot Comblain-au-Pont. In een rokerig café, in België mag dit nog, drinken we een verdiende pint en volgen een onduidelijke route naar een boven de stad gelegen kerkhof. Het uitzicht over de stad en meanderende Ourthe, ingeklemd tussen de groenbeboste rotsen enerzijds en de huizen anderzijds, is groots. De verweerde grafstenen en schuinstaande kruizen vormen een bizar tafereel : aan de ene kant liggen hier de restanten van lang geleden begraven mensen, aan de andere kant zorgt de ouderdom ervan voor een letterlijk afbrokkelende piëteit. Langs wederom een machtige rotspartij, les Roches Noires, en enkele steengroeven komen we in de buurt van Poulseur. Midden in dit stadje is onze chambre d’hôtes voor vandaag. We worden hartelijk ontvangen in dit verzorgde huis, en na onze jassen en rugzak afgelegd te hebben, oef, wat lekker zonder, betrekken we onze mooie kamer. Beneden worden we aan een aperitief gezet, waarbij de gastheer enthousiast vertelt over het concept achter dit onderkomen. Met veel kennis en niet minder overtuiging verhaalt hij zowel over zijn voorbije banen als hun toekomstige plannen. Daar de voertaal wederom Frans is, en de vrouw des huizes in de potten en pannen roert, wordt het een een-tweetje met Henk, waarbij voor Henk nèt voldoende ruimte is voor het uiten van zijn waardering en het stellen van een geïnteresseerde vraag, maar het kost moeite om zelf aan bod te komen. Henk weert zich kranig. Na de soep volgt het hoofdgerecht, rundvlees in witte wijnsaus op een bodem van tagliatelle èn, nog meer uitleg over de plannen in de Ardeche. Ook in de eigenhandig gemetselde en verbouwde “cave” blijven de woorden komen. We krijgen meerdere soorten eau-de-vie geserveerd, met een bijna net zo krachtige fruitgeur en keelgevoel als het karakter van de schenker.Het nagerecht wordt geserveerd. Tijdens het lepelen hiervan zinspeel ik op ons vertrek naar hogere sferen, want morgen wacht weer een mooie en lange wandeldag. Zo weten we ons aan zijn greep te ontfutselen. Pfoei ! Kort speelt nog de vraag door m’n hoofd tot hoever gemeende interesse moet gaan en hoe je een monoloog als deze met respect voor eenieder om kan buigen in een gesprek.

Zaterdag 4 oktober

Of we willen blijven wachten tot een uur of 10, want dan komt de nieuwe zending wijn. “Maar dan nemen jullie toch de treìn naar Luik ?!” Hij blijft er voor gaan. Voor de stad Luik heeft hij wel een goede tip : een keer per jaar, en laat dat nu net vandaag zijn, wordt de citadel, gelegen in het hart van een van de oudste buurten, met duizenden kaarsen verlicht. Muziek, theater en als afsluiting een gigantisch vuurwerk. We kijken wel of we hier vanavond nog zin in en tijd voor hebben. Met gemengde gevoelens nemen we afscheid. Aan de ene kant was alles perfect verzorgd, het onderdak, het eten, de kamer, maar aan de andere kant bleef er voor ons als gasten weinig ruimte over voor òns deel van het verhaal. Ernstig evaluerend lopen we dan ook prompt volledig fout, zodat er aan de ruim 20 te lopen kilometers ongewild nog enkele worden toegevoegd. We lopen uit het dal omhoog en omdat de zon al lekker schijnt, kan de rits van onze jassen al snel omlaag. We duiken weer de bossen in en wandelen uren afwisselend door naald- en loofbos. We kruisen enkele kabbelende beekjes, passeren een arboretum alwaar een eik met 6 stammen groeit en nemen enkele hartversterkende steile hellingen.

In een rokerig café in Esneux houden we even pauze met een waterige choco en een koppige Orval.

En verder struinen we weer langs de Ourthe, over modderige paden tussen bossen metershoge witte en paarse balsemien. Een groene specht laat zijn felle kleed krijsend zien en een fazantenkoppel verlaat hevig geschrokken met een schreeuw hun veilig geachte schuilplaats, hun korte vleugels daarbij schakelend naar de vluchtversnelling. Dan het letterlijke hoogtepunt van de dag : vanop Les Roches aux Faucons hebben we een onaards mooi uitzicht op de perfecte U-curve van de Ourthe in de bocht van Féchereux. Ingepakt tussen weelderig groen gras en bolle bomen. Zittend op de rotsen aanschouwen we dit tafereel. Boven ons schijnt de zon, onder ons weerkaatst het water, door een bries gerimpeld, het licht als een diamant met talloze facetten. Daar ergens tussen in zitten wij, aan de rots genageld en stil bij zoveel natuurgeweld. God’s eigen lichtshow. Vrij entree. Over een rotskam trekken we verder, af en toe neerkijkend om zo nog een glimp van de Ourthe op te vangen. In het stadsdeel Embourg gaan we op zoek naar de familie Vanderheyden. Aardige mensen, met ook een wandelpassie en, prettig voor Henk en mij, Nederlands sprekend. Ze bewonen een mooie villa, met voor ons een eigen ruimte met een inrichting die in de jaren ’70 hypermodern was. De suggestie om de citadel te bezoeken bewaren we voor een volgend jaar. Een Italiaans restaurant enkele straten verderop vult op plezante wijze de avond en onze magen. In het tweepersoonsbed mag ik op m’n eigen plekje liggen. Dat voelt vertrouwd en warm.

(wordt vervolgd)

Tekst en foto’s : George Nelis

©2010 TrappistBier Beleven

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: