Een reactie plaatsen

Tour des Trappistes

George Nelis heeft de nobele gedachte opgevat om zijn Tour des Trappistes te voet af te leggen. In regelmatige bijdragen vertelt hij zijn pelgrimstocht.

Tour des Trappistes deel 4 : van Rochefort naar Achel

Zondag 5 oktober

Terwijl ik schrijf komt de gastvrouw het ontbijt brengen. Haar stralende lach werkt als een kachel. Even later komt ook haar man enthousiast met een stapel wandel- en fiets-kaarten en -gidsen, want “Misschien heeft u hier iets aan ?”. Lief. Zijn verzameling is deels gedateerd, met als uitschieter een gids uit de 70er jaren. Schitterend, hoe hij dit juweel nog koestert, terwijl het als gids nauwelijks meer bruikbaar is. Henk wil graag de bus halen naar het station van Luik om via Maastricht naar Amsterdam te reizen. We nemen innig afscheid, en bedanken elkaar voor deze mooie dagen samen.

Als ik even later aan mijn wandeling begin, ruim 30 km met als einddoel Visé, zie ik Henk nog bij de bushalte staan. Na weer een kus gaat ieder zijn weg. Het steile pad waarover wij gisteren afdaalden, beklim ik nu weer omhoog. Het is bewolkt, de lucht is grauwgrijs en het is droog, nog wel. Ik loop door weelderige bossen, met opvallend veel kastanjebomen. De donkerbruine “makke jannen” en hun gifgroene stekelige bolsters liggen rijk gestrooid op het bladerbed. Ik raap een broekzak vol, voor onderweg, daal af naar Angleur en loop door deze zondagstille wijk via een kanaal met woonboten, naar het meer centrale deel van Luik. Het begint te miezeren. De links voor me liggende Pont de Fragnée heeft een natuurlijke statigheid, die versterkt wordt door de gouden beschilderingen.

Inmiddels is het de Maas die het compaanschap van de Ourthe heeft overgenomen. Kilometers lang stroomt ze met me mee, terwijl ik links en rechts ingehaald wordt door hardlopers. De eerste nog begeleid door een motor met zwaailicht, maar naarmate de minuten verstrijken, zie ik ook de andere loopstijlen verschijnen. Van licht als een hinde naar zwoegend en stampend, met gespannen kuiten en rode konen van de inmiddels striemende regen.De GR is maar mager aangeduid, met erg af en toe een markering. Misschien daarom wel dat ik, weggedoken in m’n capuchon, een rood-witte markering heb gemist, want als ik kilometers verder bij een grote kruising aankom, zie ik niet of ik links of rechts verder moet. Tja, nou kan ik terug, in de hoop dat ik de route weer oppik, ik kan gaan dwalen òf ik kan het vragen. Maar de neiging alhier om Nederlands te spreken is recht evenredig met de kans dat de plensbui nu ophoudt. Eerst maar eens bij die bushalte schuilen en vaststellen waar ik nu ben. Hmm, starend naar de kaart, da’s nog niet eenvoudig. “Spreekt u Nederlands ?” klinkt het achter me. “Uhh”, enigszins beduusd, “Uhh, ja !”. Een jonge vrouw, lieve ogen, legt me vervolgens uit waar ik nu ben, en, aan de hand van m’n gids, hoe ik moet lopen om weer “aan mijn route te geraken”. Zij moèt een engel zijn, van de sectie ANWB, Afgedwaalde Nederlanders weer op Weg Brengen. Mijn hart jubelt. Mijn ogen worden nat, niet van de regen. Dankbaar volg ik haar aanwijzingen op en zie enkele straten later het rood-wit weer opduiken. Ik loop nu door minder bedeelde buurten van Luik, grauwe behuizing, veel afval op straat en vervallen huizen. Ik schamp Jupille, stijg via een overgroeide trap boven de huizen uit en bevind me vervolgens aan de rand van maïsvelden. De gamashen gaan nu ook maar aan, te laat voor het mooie. Even later, ik sop nu door modderige weilanden, stopt de regen. Ik weet niet exact waar ik zit in de route en ook niet waar de overgang is met de GR 5. “Iets” binnen in me zegt dat het goed zal gaan, dat ik daar op kan vertrouwen. Èn dat ik door moet lopen ! Want de route van vandaag is ruim 30 km en met mijn escapades in Luik van zojuist, kan dit aantal nog wel ‘ns wat verder oplopen. Maar ik voel me sterk vandaag (en m’n inmiddels natte voeten …)

Ik nader het dorp Saint-Remy en hoor muziek. De pamfletten kondigen het plaatselijke oktoberfeest aan, te houden in de feesttent. Gezellig, maar niet mijn behoefte hier en nu. Ik zoek m’n heil liever in een locale kroeg. Simpel, enkele mannen aan de toog en een uitnodigend volgeladen frigo. Simpel is ook de bierkeuze, tenslotte heet de abdij van Rochefort Abbaye Notre-Dame de Saint-Rémy. Een Rochefort 8 graag dus. M’n jas drupt, mijn benen rusten en de zware 8 verwarmt me van binnen. Èven rust !

Wat ook naar binnen komt is het plaatselijke fanfarekorps, “Delirium Tremens” genaamd. Tientallen, stemmig in rood en wit geklede mannen en vrouwen, wringen zich met hun muziekinstrumenten door de deuropening en vullen het zaaltje tot de nok. Ik word opgenomen in de blaassectie, terwijl achter me de grote trom zijn plaats vindt. Als iedereen in de fanfare zijn en haar plek heeft gevonden en de eerste ronde “kleine glaasjes met hartversterkende inhoud” weer leeg naar de bar gaat, zet de dirigent aan tot actie. “Delirium Trremens” doet zijn naam eer aan, want het enthousiasme kent geen grenzen en de ruiten trrillen in de sponningen. Na een aanstekelijke potpourri ga ik verder, op naar Visé, waar ik zal overnachten. Net buiten Saint-Remy begint het weer keihard te regenen, zodat de schoonheid van het stadje Dalhem, daar waar een overnachting in een heus kasteel helaas niet doorging, deels verloren gaat. Verder door de striemende regen, de koeien staan met hun kont in de koude wind.

Mijn onderdak voor vandaag is, zo blijkt als ik aankom, een ex-koetshuis in Visé, gelegen aan de oever van de Maas. Meteen is daar de warme aandacht van hem en haar, en, oh luxe !, mijn kamer bestaat vandaag uit een gehele verdieping, met smaak aangekleed en ingericht. De kachel brandt en er is, bestaat toeval ?, ruimte om al m’n natte kleren te drogen te hangen. Een warme douche en droge kleren laten de energie weer stromen, net als het gesprek met de heer des huizes. Een combinatie van Engels en Frans is onze voertaal, ik voel gemeende interesse voor mijn tocht èn dat we deels uit hetzelfde hout gesneden zijn.

Het uit eten bij l’Autobus valt wat tegen. Het is er erg druk, gehaaste gezichten en zelfs een zweem ergernis. Ik kan dit als gast maar lastig plaatsen. Jammer. In het donker teruglopend over de brug over de machtige Maas, waar het weinige licht mysterieus in weerkaatst, verlang ik naar mijn kamer. Het artistieke karakter, de warmte, en gewoon, het bed.

(wordt vervolgd)

Tekst en foto’s : George Nelis

©2011 TrappistBier Beleven

Advertisements

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: