Een reactie plaatsen

Tour des Trappistes

George Nelis heeft de nobele gedachte opgevat om zijn Tour des Trappistes te voet af te leggen. In regelmatige bijdragen vertelt hij zijn pelgrimstocht.

Tour des Trappistes deel 4 : van Rochefort naar Achel

Maandag 6 oktober

Ik ben vroeg wakker, het gele licht van de straatlantaarns zet de kamer in een geheimzinnige gloed. Ik loop naar de andere kamer, ruik de kachel en voel mijn kleren : alles is zalig droog. Wat een geluk met deze plek ! Mijn gastvrouw heeft een werkelijk fantastisch ontbijt op tafel gezet, in haar mooie en gezellige keuken, met veelal producten uit de omgeving, waar mogelijk biologisch. Terwijl ik smul van de geitenkaas met Luikse appelstroop, bruinbrood met witte worst en eigen confituren, waaronder een van groene tomaten, praten we honderduit, tenminste, voor zover mijn Frans dit toelaat. Als ik dan ook tracht uit te leggen dat het groen van groene tomaten een weinig giftig is en er niet teveel van gegeten dient te worden, net als het groen van aardappelen, worden haar ogen groter en kijkt ze bijna verontschuldigend dat het toch echt niet haar bedoeling was mij à la Sneeuwwitje om te brengen. Nadat ik haar bedankt heb voor hun gastvrijheid, ga ik met een lief lunchpakket, die maar net in m’n rugzak past, op weg. Op weg naar Joost, waar ik een avond en nacht zal verblijven, in studentikoos Maastricht. Ik verheug me er op Joost weer te zien en ik ben benieuwd naar zijn flat.

Terwijl het miezert, loop ik langs en over het Albert-kanaal en ga ik vanuit het dorp Haccourt de velden in. De route is maar matig aangegeven, met verweerde en overschilderde oude aanduidingen naast elkander. Kies maar. Als ik de nodige kilometers later links van mij hetzelfde beeld op zie doemen als enkele kilometers geleden aan mijn rechterzijde, wordt pijnlijk duidelijk dat ik een rondje gelopen heb. Nou ja, zeg maar ronde. Terug en overnieuw is geen optie, maar met de hulp van de plaatselijke bewoners hervind ik de juiste route, die door boomgaarden en akkerland voert, een gebied welke lang geleden bekend was als vindplaats van vuursteen, of zoals het hier genoemd wordt, silex. Een uit deze steen opgetrokken stokoude schuilplaats helpt helaas niet tegen de honden die me achterna zitten. Maar gelukkig is het meer blaffen dan bijten, net als hun baas, die kwaad z’n huisdieren afblaft.

De wandeling kent wederom een uitdaging, en voert door een immens akkerland, zonder enige mogelijkheid om routewijzigingen aan te geven. Daarbij is er ook nog eens geen pad en loop ik tot m’n enkels in de prut. Kleverige klompen klei klitten aan m’n schoenen, en maken m’n zolen steeds dikker, net als vroeger, lopend in de sneeuw, zodat ik wiebelend steeds hoger over de velden uitkijk. Midden in de akker moet ik een keuze maken. Gaan we links of gaan we rechts ? De beschrijving biedt maar zijdelings houvast en een foute beslissing betekent kilometers extra door de natte drek. Mijn intuïtie blijkt weer een bron van wijsheid, want een vermoeiend stuk soppen verder laat de enige boom in de wijde omtrek het verlossende wit-rood zien. Dankbaar sluit ik m’n ogen. Het weer wordt langzaam beter, maar het schiet niet echt op. Met dit tempo ben ik tussen 18:00 en 19:00 bij Joost, voorwaar, weer een lange dag.

De grote bossen zijn verdwenen, glooiend akkerland doorspoelt met kleine riviertjes als de Geer bepalen het landschap. Zouden het ook rivieren geweest zijn die destijds de leem hebben aangevoerd ? De leem die hier in grote groeves wordt afgegraven, waarbij de aarde hap voor hap wordt verorberd. Dan, in the middle of nowhere, staat daar een bizar kasteel, de Tour d’Eben Ezer, waarvan de bovenste verdiepingen uittorenen boven de bomen en uitkijken op de vallei van de Geer. Het is in het midden van de jaren ‘60 gemaakt van grote brokken vuursteen, afkomstig van de nabijgelegen steengroeve. Op de hoeken van de bovenste verdiepingen houden een immense gebeeldhouwde gevleugelde stier, leeuw, adelaar en sfinx de wacht.

Ik nader Kanne en daarmee Nederland. In de kerk, een van de weinigen die ik open aantref, brand ik een kaars voor m’n dierbaren. Maar ook dit plengoffer kan niet voorkomen dat de enige kroeg in Europa die Kanne Grottenbier, een creatie van Pierre Celis, op de tap heeft nèt vandààg gesloten is. Ik duik de majestueuze bossen behorend bij de St. Pietersberg in, en zie door een ferm hek hoe megalomane machines met meedogenloze happen de mergel aan Moeder Aarde ontfutselen, een grote gele gapende open wond èn een dubbel gevoel achterlatend. Ik bedoel, de mergel wordt nuttig besteed, maar zijn we niet tegelijkertijd Moeder Aarde aan het uitmergelen ?

Ik begin moe te worden, tijd voor contact met het thuisfront. Ik tref Yoeri en Coot. Het gaat goed met ze en daarmee ook met mij. Gesterkt door de energie van hun stemmen, zet ik aan voor de laatste kilometers, passeer de druivenranken van de Apostelhoeve waar heuse Nederlandse wijn wordt gemaakt, en kom in de Maastrichtse wijk Wolder, waar de bus me comfortabel naar het centrum brengt.

Joost woont in de Jodenstraat, een nauw straatje in het o zo gezellige centrum. Via een op het oog kruip-door-sluip-door route kom ik bij zijn voordeur en schud hem even later de hand. Hmm, Joost is groot geworden, kijkt lekker uit z’n ogen en blijkt zich diep in het studentenleven genesteld te hebben. Niet alleen zit hij in de banken voor zijn eigenlijke studie, maar ook, of met name ?, in allerlei comités die verantwoordelijk zijn voor de organisatie van grootse feesten, daarmee het aangename met het nuttige verenigend.

Omdat hij ook nu weer op pad moet, spreken we af dat we later op de avond een gezellige kroeg opzoeken, voor een goed gesprek en dito glas bier.

Ik duik onder de gedeelde douche op de gang, en aanschouw wat voor een zooitje jongens hiervan kunnen maken : wit uitgeslagen plukken haar verstoppen de afvoer, en talloze halfvolle en halflege shampooflessen bevolken de randen van de douche, als toeschouwers op een tribune.

Bij AH haal ik een doe-het-zelf-studentenmaaltijd, ei en bacon om te bakken, rucola voor het groente-deel, bruinbrood voor de koolhydraten en, ik ben in Limburg tenslotte, Brand Dubbelbock. Het smaakt me, en ik vraag me af of mij dat nu ook nog zou bevallen, studeren, op een kamer wonen, midden in een stad. Welke studie zou ik uitkiezen ? Iets medisch ? Neurologische fysiologie ? Dat wat me tijdens mijn fysiotherapietijd ook al zo kon boeien ? Iets met alternatieve energieën ? Hoewel, als we in dit tempo doorgaan, dan wordt òlie een alternatieve energiebron, al was het maar vanwege de schaarste en dus prijs.

Als Joost terug komt, gaan we samen op stap. In café Falstaff zetten we ons aan de toog, nippen aan mooie bieren en laten ons leven de revue passeren. Het is gezellig, de tijd vliegt terwijl de barman zich in het zweet werkt om in z’n eentje alle gasten te bedienen. Als we hem daarover een compliment maken, lacht hij zijn tanden bloot. Heerlijk om te zien en goed om je weer eens te realiseren welk effect een compliment heeft. Het is net als een briefkaart : kleine moeite, groot plezier.

(wordt vervolgd)

Tekst en foto’s : George Nelis

©2011 TrappistBier Beleven

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: